ECLI:NL:RBNNE:2025:2859
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling maandelijkse termijnbedrag terugbetalingsregeling toeslagen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het door verweerder vastgestelde maandelijkse termijnbedrag van €330 voor de terugbetalingsregeling van terugvorderingen zorgtoeslag en huurtoeslag over de jaren 2018, 2019 en 2020. Eiser stelde dat hij vanwege zijn leeftijd, medische aandoeningen en beperkte inkomen slechts een lager bedrag kon betalen. Verweerder had echter de betalingscapaciteit van eiser berekend op basis van normbedragen uit de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, waarbij ook rekening werd gehouden met twee kostendelende medebewoners.
De rechtbank overweegt dat het totaalbedrag van de schuld €7.904 bedraagt en dat het terugbetalen binnen 24 maanden met een maandbedrag van €330 conform de standaardregeling passend is. De persoonlijke betalingscapaciteit van eiser werd door verweerder berekend op €650 per maand, ruim voldoende om het termijnbedrag te voldoen. Eisers eigen berekening van hogere uitgaven werd niet gevolgd omdat de regelgeving uitgaat van normbedragen en niet van feitelijke kosten.
De rechtbank concludeert dat verweerder het termijnbedrag op juiste wijze heeft vastgesteld en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.S. Broere op 9 juli 2025 te Assen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het maandelijkse termijnbedrag van €330 blijft gehandhaafd.