ECLI:NL:RBNNE:2025:2860
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling maandelijkse termijnbedrag terugbetalingsregeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het maandelijkse termijnbedrag van €344,00 dat hij moet betalen om zijn schuld uit terugvorderingsbeschikkingen kinderopvangtoeslag 2019 en 2020 af te lossen. Hij stelt dat dit bedrag te hoog is en dat zijn betalingscapaciteit onjuist is berekend, mede vanwege hogere gemeentelijke belastingen en verzekeringspremies dan door verweerder gehanteerd.
Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard en stelt dat de betalingscapaciteit juist is vastgesteld op basis van normbedragen uit de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Awir, waarbij de schuld binnen 24 maanden kan worden afgelost. De rechtbank heeft vastgesteld dat het maandbedrag overeenkomt met het totaalbedrag gedeeld door 24 maanden en dat de betalingscapaciteit van eiser ruim voldoende is om dit bedrag te voldoen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van normbedragen en niet van feitelijke kosten, en dat de berekening van de betalingscapaciteit correct is. De door eiser opgevoerde hogere kosten zijn niet aannemelijk gemaakt of worden niet in de regelgeving meegenomen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het maandelijkse termijnbedrag blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het maandelijkse termijnbedrag van €344,00 wordt ongegrond verklaard en het bedrag blijft ongewijzigd.