Eiser heeft een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Subsidieregeling groot onderhoud en restauratie Rijksmonumenten provincie Groningen 2020 (GRRG 2020). Deze aanvraag is door Gedeputeerde Staten van Groningen afgewezen met een besluit van 22 juni 2021, en het bezwaar van eiser is op 7 februari 2024 eveneens afgewezen.
Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing, maar verweerder stelde dat het procesbelang was komen te vervallen omdat aan eiser inmiddels subsidie was verleend op basis van een andere aanvraag (besluit van 25 maart 2025). Eiser betwistte dit, omdat de verleende subsidie niet volledig overeenkomt met de oorspronkelijke aanvraag en het bedrag niet volledig is toegekend.
Tijdens de zitting op 12 juni 2025 is besproken dat de geschilpunten volledig aan de orde kunnen komen in een parallelle procedure (zaaknummer LEE 25/1767) waarin eiser ook beroep heeft ingesteld tegen het latere subsidiebesluit. De rechtbank concludeert dat het procesbelang in de huidige procedure is komen te vervallen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt geen proceskostenvergoeding.