De rechtbank Noord-Nederland heeft op 18 juli 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen de veroordeelde, die werd verdacht van handel in cocaïne en heroïne in de periode van 23 juli 2024 tot en met 22 januari 2025. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk geschat op €93.581,46, maar aangepast naar €89.372,77 na aftrek van dagen vervangende hechtenis.
De verdediging betoogde dat het aantal deals per dag lager moest worden vastgesteld, wat zou leiden tot een veel lager bedrag van €9.381,60. De rechtbank baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen en getuigenverklaringen, en concludeerde dat 19 deals per dag aannemelijk waren, mede omdat ook via WhatsApp op grote schaal werd gehandeld.
De rechtbank corrigeerde de dealperiode naar 166 dagen na aftrek van 17 dagen vervangende hechtenis en stelde de marktprijs van cocaïne bij op €50 per gram. Op basis van een gedetailleerde berekening van winst per bolletje cocaïne en heroïne kwam de rechtbank tot een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €29.269,13.
De rechtbank legde aan de veroordeelde een betalingsverplichting van dit bedrag op aan de Staat en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 585 dagen. Mr. H.P. Eckert was niet in staat de beslissing mede te ondertekenen.