ECLI:NL:RBNNE:2025:2948
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs steekincident op oudejaarsavond
Op 31 december 2024 vond een handgemeen plaats tussen verdachte en het slachtoffer, waarbij het slachtoffer verwondingen opliep. Uit medisch onderzoek en forensisch onderzoek bleek echter onvoldoende bewijs dat deze verwondingen met een steekwapen waren toegebracht. Het enige aangetroffen mes kon niet aan het ten laste gelegde worden gerelateerd, omdat er geen bloedsporen of humaan DNA op werden gevonden en het mes pas na het incident in de nabijheid werd aangetroffen.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was om verdachte te veroordelen voor het steken of snijden van het slachtoffer met een mes of scherp voorwerp. Ook op de handen en kleding van verdachte werden geen bloedsporen aangetroffen. De officier van justitie en de verdediging waren het eens over de vrijspraak.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd voor materiële en immateriële schade, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het ten laste gelegde feit niet bewezen was. De rechtbank bepaalde dat de benadeelde partij zijn eigen proceskosten draagt en dat de schadevordering bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is integraal vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het slachtoffer met een mes heeft gestoken.