In deze civiele procedure stond de vraag centraal wie eigenaar is van het IJslandse paard. Eiseres stelde dat zij het paard van gedaagde geschonken had gekregen en door overdracht eigenaar was geworden. Gedaagde betwistte de schenking en stelde dat zij het paard slechts ter bewaarneming had overgedragen.
De rechtbank beoordeelde de feiten en stelde vast dat partijen medio 2023 contact hadden over de verzorging van het paard vanwege financiële problemen van gedaagde. Uit appberichten en verklaringen bleek dat gedaagde het paard aan eiseres wilde schenken en dat eiseres dit had aanvaard. De feitelijke overdracht vond plaats op 21 september 2023, inclusief het paspoort, en eiseres sloot een stallingsovereenkomst.
De rechtbank concludeerde dat een schenkingsovereenkomst tot stand was gekomen en dat de eigendom door levering was overgegaan op eiseres. Ook werd een straatverbod opgelegd aan gedaagde voor een half jaar vanwege eerdere onrechtmatige wegname van het paard. De vorderingen van eiseres werden toegewezen en die van gedaagde afgewezen, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.