Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen een last onder dwangsom die betrekking heeft op twee bouwwerken: een aanbouw met overkapping en een schutting op hun perceel te Emmen. Het college van burgemeester en wethouders had deze last opgelegd vanwege overtredingen van het omgevingsrecht.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake was van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Voor de overkapping geldt een begunstigingstermijn die eindigt op 2 oktober 2025, waardoor verzoekers nog ruim twee maanden hebben om aan de last te voldoen. Er is geen bewijs geleverd dat dit binnen die termijn niet mogelijk is.
Voor de schutting geldt een termijn tot 7 augustus 2025 om deze te verwijderen of te verlagen. Ook hier is niet gebleken dat verzoekers niet aan de last kunnen voldoen of dat er onomkeerbare gevolgen zijn. Het enkele feit dat verzoekers de bezwaarprocedure willen afwachten, vormt geen spoedeisend belang. Ook een financiële noodsituatie is niet aangetoond.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en komt zij niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de gronden zoals het gelijkheidsbeginsel. Tegen deze beslissing is geen beroep of verzet mogelijk.