Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:3140

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
30 juli 2025
Zaaknummer
NL:TZ:0000126796
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek bewindvoerder voor eenmalige beloning na nul-aanbod schulden

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 8 juli 2025 een verzoek van een bewindvoerder afgewezen om een eenmalige beloning van €367,80 in rekening te mogen brengen. Dit bedrag betreft het verschil tussen het hoge 'schulden' tarief en het lagere basistarief over een periode van 12 maanden na een nul-aanbod.

De bewindvoerder baseerde zijn verzoek op een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin werd geoordeeld dat een bewindvoerder die veel werk had verricht in het voortraject en kort daarna schuldenvrij werd verklaard, onvoldoende werd gecompenseerd doordat het hoge tarief slechts kort kon worden toegepast. In deze zaak was echter het hoge tarief al ruim vijf jaar van kracht geweest, waardoor de bewindvoerder volgens de kantonrechter voldoende was gecompenseerd.

De kantonrechter benadrukte dat de situatie in de eerdere uitspraak niet vergelijkbaar is met deze zaak. De bewindvoerder had sinds juli 2019 het hoge tarief ontvangen en met ingang van 1 januari 2025 was dit tarief verlaagd naar het lagere basistarief. Daarom is het verzoek om het verschil in tarief voor 12 maanden afwijzend beslist.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, uitsluitend via een advocaat, binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitkomst: Verzoek bewindvoerder om eenmalige beloning na nul-aanbod wordt afgewezen wegens voldoende compensatie door langdurig hoog tarief.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Toezicht
Locatie Leeuwarden
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000126796:B001
CBM-nummer
:
BM22794
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
8 juli 2025

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

CB Bewind B.V.,Postbus 162, 7770 AD Hardenberg,Kamer van Koophandel-nummer 58150803,

hierna te noemen: bewindvoerder,
met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,wonende te [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 14 maart 2025,
- de nadere informatie, ontvangen op 24 maart 2025,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Verzoek

Bewindvoerder vraagt om eenmalig € 367,80 in rekening te mogen brengen (12 maanden verschil hoog tarief en normaal tarief). De bewindvoerder doet daarbij een beroep op een nieuwsbericht op schuldinfo.nl over de uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2025:1085).
Betrokkene heeft een nul-aanbod gehad en is vanaf 23-12-2024 gestart met zelfredzaamheid. Vanaf het einde van het schuldentraject berekent de bewindvoerder het normale tarief. De bewindvoerder verwacht dat betrokkene halverwege 2025 zelfredzaam zal zijn.
Volgens het bericht op schuldinfo.nl mogen bewindvoerders na acceptatie van het nul-aanbod 12 maanden het hogere tarief aanhouden.
Omdat betrokkene binnen die periode van 12 maanden uit bewind zal gaan vraagt de bewindvoerder 12 maanden het verschil aan tussen het schuldentarief en het normale tarief. Bij akkoord zal de bewindvoerder voor dit bedrag bijzondere bijstand aanvragen.

Beoordeling

De kantonrechter wijst het verzoek af. De reden daarvoor is als volgt.
De uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West Brabant waarnaar de bewindvoerder verwijst gaat over een bewind waarin de betreffende bewindvoerder veel werk heeft gedaan in verband met de problematische schuldensituatie, en die betrokkene relatief kort na de start van het bewind door het accepteren van een nul-aanbod direct schuldenvrij is geworden.
Als gevolg daarvan mist de betreffende bewindvoerder in die zaak inkomsten omdat het schuldentarief hierdoor maar kort van toepassing is geweest. Voor de resterende duur van het bewind, waarin een zelfredzaamheidstraject moet worden gevolgd, geldt dan direct het lage tarief. In die uitspraak is daarom geoordeeld dat de bewindvoerder in het voortraject (waarin betrokkene naar het nul-aanbod is toe geleid en de bewindvoerder in een relatief korte periode veel werk heeft verricht in verband met de problematische schulden) onvoldoende wordt gecompenseerd voor zijn werk, doordat de bewindvoerder gedurende slechts zes maanden het hoge tarief in rekening kon brengen.
De kantonrechter kan in beginsel aansluiten bij de redenering van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant dat het uitgangspunt in de Regeling beloning, dat de hogere beloning bij problematische schulden eindigt op het moment dat betrokkene schuldenvrij is omdat het nul-aanbod wordt geaccepteerd, onvoldoende recht doet aan de systematiek in de Regeling beloning en in de Aanbevelingen meerderjarigenbewind omdat daarin geen rekening is gehouden met de opkomst van de verkorting van de schuldenregeling en het nul-aanbod.
De situatie in bovengenoemde uitspraak is echter niet vergelijkbaar met de situatie in deze zaak. Bij beschikking van de kantonrechter te Leeuwarden van 31 juli 2019 is ten behoeve van betrokkene bewind ingesteld vanwege problematische schulden met benoeming van verzoeker tot bewindvoerder. De jaarbeloning is daarbij vastgesteld conform het hoge schuldentarief. Met ingang van 1 januari 2025 is het hoge schuldentarief bijgesteld naar het lagere basistarief. Dit betekent dat bewindvoerder gedurende een periode van 5 jaar en
5 maanden het hoge tarief aan beloning heeft ontvangen en daarmee voldoende is gecompenseerd voor zijn werkzaamheden in verband met de problematische schulden.
Het beroep op de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant gaat in dit geval daarom niet op.

Beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Groenewegen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2025.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.