Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 augustus 2025 in de zaak tussen
[naam 1] , uit [woonplaats] , eiseres,
de Minister van Financiën, de minister,
Samenvatting
Procesverloop
.vóór 1 juni 2021 is ontstaan. De schuld is namelijk al in februari 2011 ontstaan en op dat moment ook opeisbaar geworden. Dat de factuur van Quick B.V. gedateerd is op 23 december 2022 maakt niet dat de schuld pas op die datum is ontstaan. Omdat geen sprake is van een geldleningsovereenkomst, maar van een schuld die is ontstaan vanwege de inklaring van goederen vanuit Suriname naar Nederland, is het bestaan van een notariële akte niet noodzakelijk.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser;
beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser indien deze is vastgelegd in een notariële akte die is verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 of blijkt uit een rechterlijke uitspraak indien de daaraan voorafgaande ingebrekestelling of dagvaarding of het daaraan voorafgaande verzoekschrift dateert van voor 1 juni 2021, waarbij geldt dat de zaak bij de rechtbank binnen een redelijke termijn na de dagtekening van de ingebrekestelling aanhangig moet zijn gemaakt;
(…)
herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 dan wel de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid; of
b. tussen het moment van de dagtekening van de beschikking van de Dienst
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.6;