Uitspraak
[verweerder 1],
2.
[verweerder 2],
3.
[verweerder 3],
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak stond centraal of de werknemer recht had op loon over een periode waarin hij geen werkzaamheden verrichtte in het gezinshuis van de werkgever. De werknemer had samen met zijn echtgenote op verzoek van een zorgorganisatie zes zorgkinderen tijdelijk in een eigen woning opgevangen, waarbij hij geen arbeid meer verrichtte voor de werkgever. De kantonrechter oordeelde dat het niet verrichten van arbeid redelijkerwijs voor rekening van de werknemer kwam, waardoor de loonvordering werd afgewezen.
Daarnaast vorderde de werkgever een boete wegens overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding, omdat de werknemer een concurrerende onderneming was gestart. De kantonrechter erkende de overtreding maar matigde de boete tot nihil vanwege de bijzondere omstandigheden, waaronder het dringende verzoek van de zorgorganisatie.
De werknemer kreeg wel toewijzing van de transitievergoeding, een vergoeding voor slaapdiensten conform de cao Jeugdzorg, betaling van niet-genoten verlofuren inclusief eindejaarsuitkering en vergoeding van zakelijke kosten. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf 31 januari 2025. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Loonvordering afgewezen, boete wegens schending nevenwerkzaamhedenbeding gematigd tot nihil, overige vergoedingen toegekend.