De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een meisje van 8 jaar onder toezicht te stellen van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Noord voor de duur van een jaar. De kinderrechter stelde vast dat het meisje ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door de langdurige en ontwrichtende echtscheidingsproblematiek tussen haar ouders, die niet in staat zijn constructief samen te werken. Dit heeft geleid tot een loyaliteitsconflict en zorgelijk gedrag bij het kind.
De ouders en de stiefvader stemden in met het verzoek en erkenden de noodzaak van hulpverlening. De kinderrechter besloot de ondertoezichtstelling toe te wijzen voor een periode van zes maanden, met het oog op het inzetten van gerichte hulpverlening en het onderzoeken van mogelijkheden zoals solo parallel ouderschap en therapie voor het kind. De benoeming van Jeugdbescherming Noord als gecertificeerde instelling werd aanvaard, ondanks dat zij niet volledig aan de wettelijke termijn voor het aanwijzen van een vaste jeugdwerker kon voldoen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot een mondelinge behandeling in januari 2026. De kinderrechter benadrukte het belang van het kind en de noodzaak om in deze complexe situatie een balans te vinden tussen wettelijke vereisten en de realiteit van de jeugdzorgpraktijk.