ECLI:NL:RBNNE:2025:3290

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
11447821 BU VERZ 24-2966
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete parkeerverbod wegens onvrijwillige plaatsing auto door overheidsinstantie

Aan betrokkene was een boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een plek waar dat niet was toegestaan, op 27 december 2023 in Groningen. Betrokkene stelde dat hij een lekke band kreeg en zijn auto door Rijkswaterstaat met een sleepwagen werd verplaatst naar de locatie waar de boete werd opgelegd, zonder dat hij daar invloed op had. Hij was zich niet bewust van de onrechtmatige parkeersituatie omdat de sleepwagen snel vertrok en hij telefonisch overleg voerde.

De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 9 juli 2025 werd het verweer van betrokkene, onderbouwd met foto’s, behandeld. De kantonrechter achtte bewezen dat betrokkene geen invloed had op de locatie van de auto en dat de situatie buiten zijn schuld ontstond.

De kantonrechter matigde daarop de boete tot nul euro en bepaalde dat betrokkene het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugkrijgt. De beslissing werd mondeling uitgesproken en schriftelijk bevestigd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De boete voor het parkeren in een parkeerverbod wordt gematigd tot nul euro omdat betrokkene geen invloed had op de locatie van zijn auto.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263536454
zaaknummer: 11447821 BU VERZ 24-2966
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 9 juli 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 27 december 2023, om 21:27 uur, op de Energieweg in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 9 juli 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Hashimi.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene voert, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat hij op 25 december 2023 een lekke band kreeg. Hierdoor was hij genoodzaakt de auto op de ringweg stil te zetten en Rijkswaterstaat te bellen. Zij hebben zijn auto met een sleepwagen van de weg gehaald en na de eerstvolgende afrit op een plek in de openbare ruimte neergezet. Dit is ook de locatie waar hij de boete heeft gekregen. Betrokkene was zich er op dat moment niet van bewust dat de sleepwagen de auto op een plek had geplaatst waar niet geparkeerd mocht worden. Hij was telefonisch in overleg over hoe hij zijn dag moest vervolgen, en de sleepwagen was ook snel weer vertrokken. Nadat betrokkene ontdekte waar zijn auto stond, heeft hij een autogarage ingeschakeld om de auto op te halen en de band te laten vervangen. Vanwege de feestdagen kon dit pas op 28 december 2023. Het was dus niet betrokkene zelf, maar een overheidsinstantie, die zijn auto hier heeft neergezet.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat de boete moet worden gematigd tot nul euro.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
5. De kantonrechter ziet in het met foto’s onderbouwde verweer van betrokkene aanleiding om de boete te matigen tot nul. Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen invloed had op de locatie waar zijn auto is neergezet. Door het snelle verloop was hij zich daar op dat moment niet van bewust.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot € 0,00;
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.