Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 9 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
657/vj
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen sloten op 30 december 2021 een geldleningsovereenkomst waarbij eiser een hypotheekrecht vestigde op percelen grasland ten behoeve van gedaagde. Eiser kwam in gebreke met rentebetaling, waarna gedaagde een openbare verkoop van de percelen initieerde en conservatoir beslag legde.
Eiser vorderde in kort geding opheffing van het beslag omdat zij een geldlening wilde afsluiten om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen, maar de geldverstrekker alleen wilde financieren indien het beslag werd opgeheven. Gedaagde had tijdens eerdere procedures nagelaten te melden dat beslagverlof was verleend, wat strijdig was met artikel 21 Rv Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beslag onrechtmatig was gelegd en dat het belang van eiser bij opheffing zwaarder woog dan dat van gedaagde bij handhaving. Ook werd vastgesteld dat gedaagde met het beslag de uitvoering van het vonnis wilde frustreren. Daarom werd het beslag opgeheven en gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir verhaalsbeslag wordt opgeheven wegens strijd met artikel 21 Rv en prevalerend belang van eiser.