ECLI:NL:RBNNE:2025:3544

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 augustus 2025
Publicatiedatum
28 augustus 2025
Zaaknummer
11452207 BU VERZ 24-2993
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Art. 6:7 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor ontbreken motorrijtuigverzekering ongegrond wegens termijnoverschrijding

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig, geconstateerd op 13 november 2023. Tegen deze boete is administratief beroep ingesteld, maar dit beroep werd door de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.

Betrokkene heeft vervolgens bij de kantonrechter beroep ingesteld. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er aanvankelijk geen machtiging in het dossier aanwezig was, maar op de zitting toonde de gemachtigde een uittreksel uit het Handelsregister waaruit bleek dat hij bevoegd was de B.V. te vertegenwoordigen. Hierdoor werd het beroep ontvankelijk verklaard.

De kern van de zaak betrof echter de overschrijding van de beroepstermijn. Het administratief beroep had uiterlijk op 15 februari 2024 ingediend moeten zijn, maar werd pas op 16 februari 2025 ontvangen. De kantonrechter oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat de gemachtigde had kunnen volstaan met een pro-forma beroep en de lat voor verschoonbaarheid hoog ligt.

Daarom werd het beroep door de kantonrechter ongegrond verklaard, zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak. De uitspraak werd gedaan op 14 augustus 2025 door kantonrechter V.A.G. van Dijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263182190
zaaknummer: 11452207 BU VERZ 24-2993

uitspraak van de kantonrechter van 14 augustus 2025

in de zaak van

[betrokkene] (betrokkene),

gevestigd in [vestigingsplaats]
gemachtigde: [gemachtigde] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’, verricht op 13 november 2023, om 17:06 uur, te RDW Veendam, geconstateerd door een registercontrole, met een land- of bosbouwtrekker, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 459,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
[gemachtigde] heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing heeft [gemachtigde] beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 31 juli 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: [gemachtigde] en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.

Beoordeling door de kantonrechter

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep bij de kantonrechter – machtiging
2. De kantonrechter stelt vast dat er zich geen machtiging in het dossier bevindt. In dit geval is de boete opgelegd aan een rechtspersoon. Een rechtspersoon kan alleen via haar vertegenwoordiger(s) rechtshandelingen verrichten. Dit brengt mee dat de rechter die op een beroep moet beslissen kan verlangen dat een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt overgelegd, waaruit blijkt wie bevoegd is namens de rechtspersoon rechtshandelingen te verrichten.
2.1.
Op 16 december 2024 is bij brief door de griffie van deze rechtbank de mogelijkheid aan betrokkene geboden om het geconstateerde verzuim te herstellen, door een schriftelijke machtiging toe te sturen waaruit blijkt op welke zaken deze betrekking heeft, en ook een uittreksel uit het handelsregister waaruit blijkt wie als (uiteindelijk) bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen. Betrokkene is in de brief van 16 december 2024 gewezen op de mogelijke consequentie van het niet tijdig herstellen van de genoemde verzuimen, namelijk dat de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
2.2.
Door [gemachtigde] is op de zitting aangevoerd dat hij de brief van 16 december 2024 niet heeft ontvangen, waardoor hij de gevraagde informatie niet heeft overgelegd. Maar hij heeft op de zitting een foto van het uittreksel uit het Handelsregister van [betrokkene] aan de kantonrechter laten zien, waaruit blijkt dat hij bestuurder is van de B.V. De kantonrechter is van oordeel dat [gemachtigde] hiermee voldoende heeft aangetoond dat hij [betrokkene] mag vertegenwoordigen.
Te laat administratief beroep bij de officier van justitie
3. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift in administratief beroep te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. [1] Het beroepschrift had uiterlijk op 15 februari 2024 ontvangen moeten zijn. Het beroepschrift is pas op 16 februari 2025 digitaal bij de CVOM binnengekomen. Dit is dus te laat. Het beroep kan toch ontvankelijk zijn, als het gemachtigde niet toegerekend kan worden dat hij te laat beroep heeft ingesteld.
3.1.
Gemachtigde voert aan dat hij dacht dat het dossier eerst compleet moest zijn. Hij heeft gewacht met het indienen van administratief beroep totdat hij antwoord van zijn verzekeraar had over de WAM-verklaring.
3.2.
De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De lat daarvoor ligt daarvoor in de jurisprudentie hoog. Gemachtigde had in dit geval pro-forma beroep kunnen instellen en later de gronden kunnen aanvullen. Dat hij dit niet heeft gedaan komt voor zijn eigen rekening en risico. De officier van justitie heeft het administratief beroep daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroepschrift. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van R. de Hoop, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2025.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.