Uitspraak
beslissing
RECHTBANK NOORD NEDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen van 7 juli 2025, ingekomen ter griffie op 8 juli 2025;
- het schriftelijke verweer van de rechters, ingekomen ter griffie op 14 juli 2025;
- de aanvullende reactie van de rechter prof. mr. drs. Pavillon, ingekomen ter griffie op 14 juli 2025;
- de brief van 18 juli 2025 met twee aanvullende producties van de zijde van TSG.
- TSG, vertegenwoordigd door K. Roberts (legal counsel bij de moedermaatschappij van TSG) met tolk A. Burrough, en bijgestaan door de advocaten mr. J.A.I. Verheul en mr. L.M. Linskens, beiden gevestigd te Amsterdam; van de zijde van TSG zijn spreekaantekeningen overgelegd;
- de belanghebbende [belanghebbende] ;
- de rechters voornoemd.
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- wijst het verzoek tot wraking van de rechters af;
- beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, de rechters en eiser in de hoofdzaak N.H. [belanghebbende] en diens advocaat mr. B.Z. Loonstein;
- bepaalt dat de hoofdzaak (met zaak- en rolnummer C/18/224704 en 23/169) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking, bevond.