Op 24 februari 2023 mishandelde verdachte zijn echtgenote door haar een vuistslag in het gezicht te geven, haar bij de keel te grijpen en bij het hoofd vast te pakken en weg te duwen. Daarnaast had hij op die datum meerdere vuurwapens en munitie van categorie II en III in zijn woning en voertuig voorhanden.
De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar, mede ondersteund door het letsel en de verklaring van verdachte zelf. Verdachte bekende de feiten met betrekking tot het bezit van wapens en munitie, maar ontkende mishandeling. De rechtbank verwierp dit verweer en verklaarde alle feiten wettig en overtuigend bewezen.
De strafmaat werd bepaald rekening houdend met de ernst van de feiten, de eerdere veroordelingen van verdachte, en het positieve reclasseringsrapport. Gezien de positieve ontwikkeling van verdachte en het tijdsverloop sinds het delict, werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 350 dagen met een proeftijd van 2 jaar gecombineerd met een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur passend geacht.
Het in beslag genomen mes werd teruggegeven aan verdachte omdat het belang van strafvordering zich daartegen niet verzette. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.