ECLI:NL:RBNNE:2025:3897

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
25.005007
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 WWETGC
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging confiscatiebevel wegens termijnoverschrijding

Veroordeelde stelde op 24 februari 2025 beroep in tegen de beslissing van 9 december 2024 tot erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebevel van een bedrag van €132.822,--, opgelegd door een Belgische rechtbank in 2014.

De rechtbank Noord-Nederland is bevoegd voor de behandeling van dit beroep op grond van artikel 39 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC). Volgens deze wet moet het beroep binnen zeven dagen na kennisgeving van de beslissing worden ingesteld.

Uit de stukken blijkt dat de beslissing op 31 december 2024 persoonlijk aan veroordeelde is betekend. Het beroep werd echter pas op 24 februari 2025 ingediend, ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn.

De officier van justitie voerde aan dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. De rechtbank onderschrijft dit standpunt en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling vond plaats op 10 september 2025, waarbij veroordeelde en zijn raadsman niet aanwezig waren.

Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van het confiscatiebevel is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Leeuwarden
raadkamernummer : 25-005007
cjib-zaaknummer : 3072542300000434
beslissing van de meervoudige raadkamer van 24 september 2025 op het beroep op grond van artikel 39 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, ingesteld door:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [woonplaats] ,
hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

Op 24 februari 2025 heeft 2025 heeft mr. A.S. Sewgobind, advocaat te Eindhoven, namens veroordeelde beroep ingesteld tegen de op 9 december 2024 door de officier van justitie genomen beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een op 10 oktober 2014 door de correctionele rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, AC8 kamer te België, opgelegde beslissing tot confiscatie (bijzondere verbeurdverklaring) van een bedrag van 132.822,--.
De raadsman van veroordeelde en de officier van justitie hebben schriftelijk hun standpunten uiteengezet.
De mondeling behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 10 september 2025. Veroordeelde en zijn raadsman waren hierbij -met kennisgeving- niet aanwezig. De officier van justitie, mr. S.M. von Bartheld, was hierbij wel aanwezig.

Motivering

De rechtbank stelt op basis van de stukken het volgende vast.
Het beroep is ingesteld op grond van artikel 39 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (hierna: WWETGC).
De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is de bevoegde instantie voor de behandeling van het beroep.
De rechtbank stelt op basis van de stukken het volgende vast.
Het beroep dient, conform artikel 39 lid 1 van Pro de WWETGC, te worden ingesteld uiterlijk binnen zeven dagen, te rekenen van de dag dat de veroordeelde kennis heeft gekregen van de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van het confiscatiebevel. Uit de akte van uitreiking blijkt dat op 31 december 2024 voornoemde beslissing in persoon aan veroordeelde is betekend. Het beroep werd op 24 februari 2025 ingesteld en valt daarmee ruim buiten de wettelijke termijn om beroep tegen de erkenning van het confiscatiebevel in te stellen.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangevoerd dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat het beroep niet binnen zeven dagen nadat veroordeelde in kennis is gesteld van de beslissing tot erkenning van het confiscatiebevel is ingesteld.
Oordeel rechtbank
De rechtbank stelt vast dat veroordeelde niet binnen uiterlijk zeven dagen, nadat hij kennis heeft gekregen van de beslissing tot erkenning en tenuivoerlegging van het confiscatiebevel, beroep heeft ingesteld. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven op 24 september 2025 door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr.
N.A. Vlietstra en mr. G.C. Koelman, rechters, in tegenwoordigheid van G.T. Zandstra-Alkema, griffier. Mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.