ECLI:NL:RBNNE:2025:405
Rechtbank Noord-Nederland
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-profielbepaling gegrond verklaard wegens aard misdrijf en gelijkheidsbeginsel
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA. Hij stelt dat dit niet van betekenis is voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten gezien de aard van zijn misdrijf, subsidiefraude gepleegd tussen 2013 en 2017, en zijn huidige omstandigheden zoals leeftijd en niet meer werkzaam zijn in de betreffende branche.
De rechtbank heeft het bezwaar behandeld in besloten raadkamer en heeft de veroordeelde, zijn advocaat en de officier van justitie gehoord. De officier van justitie was van mening dat het bezwaar ongegrond moest worden verklaard, omdat de wet weinig ruimte biedt voor uitzonderingen.
De rechtbank oordeelt echter dat, mede gelet op een eerdere beslissing in een soortgelijke zaak van een medeverdachte, het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis zal zijn voor de opsporing en vervolging. Daarbij speelt het gelijkheidsbeginsel een rol. Ook de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, waaronder zijn leeftijd en het ontbreken van een concreet recidiverisico, ondersteunen dit oordeel.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond en beveelt zij dat het celmateriaal van de veroordeelde terstond wordt vernietigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.