Aan betrokkene is een boete opgelegd voor het rijden van 123 km/u waar 100 km/u is toegestaan op een autoweg buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De kantonrechter oordeelt dat deze niet-ontvankelijkverklaring onterecht was omdat de officier van justitie onderzoek had gedaan naar de reden van de overschrijding.
De termijnoverschrijding werd verschoonbaar geacht vanwege een systeemstoring bij het Centraal Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), waardoor het beroep te laat werd ingediend. Tevens werd vastgesteld dat de officier van justitie de informatieplicht en hoorplicht had geschonden door het procesdossier niet te verstrekken en betrokkene niet te horen.
Inhoudelijk werd de snelheidsovertreding vastgesteld omdat geen concrete aanwijzingen waren die de meting of bebording in twijfel trokken. De boete werd niet gematigd omdat er geen bijzondere omstandigheden waren. De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie, verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond en kende een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene vanwege het noodzakelijke beroep bij de kantonrechter.