Uitspraak
[X] , uit [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst / Kantoor Amsterdam, de inspecteur
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser ontving in 2022 een WGA-uitkering van het UWV en gaf deze op als inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking, waardoor hij arbeidskorting claimde. De inspecteur kwalificeerde deze uitkering als inkomen uit vroegere dienstbetrekking, waardoor de arbeidskorting aanzienlijk werd verlaagd. Eiser stelde dat deze behandeling discriminerend was ten opzichte van belastingplichtigen die WGA-uitkeringen rechtstreeks van werkgevers ontvangen, en beriep zich op een arrest van de Hoge Raad van november 2024.
De rechtbank bevestigde dat de nationale wetgeving de WGA-uitkering terecht als inkomen uit vroegere dienstbetrekking aanmerkt en erkende dat dit leidt tot een schending van het discriminatieverbod. Echter, de Hoge Raad had in het genoemde arrest geen rechtsherstel geboden en de kwestie aan de wetgever overgelaten. De rechtbank volgde dit standpunt en bood geen rechtsherstel aan eiser.
De rechtbank nam kennis van de kabinetsreactie van maart 2025, waarin het kabinet aankondigde de discriminatie te zullen opheffen door de arbeidskorting per 1 januari 2027 in te perken voor socialezekerheidsuitkeringen. De rechtbank vond deze termijn en aanpak redelijk en zag geen aanleiding tot ingrijpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de aanslag bleef ongewijzigd, en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter M.T.M. Hennevelt op 9 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2022 blijft ongewijzigd.