ECLI:NL:RBNNE:2025:4165
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ambtshalve wijziging luchtemissievoorschriften magnesiumhydroxideproductie
Verzoekster exploiteert een magnesiumhydroxideproductie-installatie en kreeg ambtshalve gewijzigde voorschriften opgelegd voor luchtemissies op basis van de BBT-conclusies WGC. Zij betoogt dat deze wijziging onterecht is, omdat de BREF LVIC-S nog van kracht zou zijn en dat zij niet tijdig kan voldoen aan de strengere emissiegrenswaarden, met name voor zoutzuur (HCl).
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college terecht de BBT-conclusies WGC als grondslag heeft genomen, maar dat het ontbreken van een redelijke overgangstermijn voor de emissiegrenswaarde van HCl en het voorschrift voor continue zuurstof- en temperatuurmeting onaanvaardbaar is. Verzoekster heeft een spoedeisend belang omdat zij anders direct in overtreding zou zijn, met mogelijke handhavingsmaatregelen.
Daarom worden de voorschriften met betrekking tot de emissiegrenswaarde van HCl en het continu meten van zuurstof en temperatuur geschorst totdat de rechtbank op het beroep beslist. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L. Mulder op 14 oktober 2025.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de voorschriften voor HCl-emissie en continue zuurstofmeting worden geschorst tot uitspraak op het beroep.