ECLI:NL:RBNNE:2025:4247

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
C/18/246683 / FT RK 25/886
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b FaillissementswetArt. 305 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek moratorium wegens gebrek aan belang na ontruiming woning

Op 11 augustus 2025 diende de schuldenaar gelijktijdig met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek in tot het instellen van een moratorium op grond van artikel 287b Faillissementswet. Het moratorium zou de verhuurder verbieden de gehuurde woning te ontruimen om rust te creëren voor een minnelijke schuldregeling.

De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar na het tussenvonnis van 11 augustus 2025 geen huur meer betaalde, waarop de verhuurder de ontruiming opnieuw aanzegde. De woning is op 2 september 2025 ontruimd. De advocaat van de schuldenaar bevestigde het uitblijven van huurbetalingen en de ontruiming.

Gezien de feitelijke ontruiming van de woning concludeerde de rechtbank dat de schuldenaar geen belang meer had bij het moratoriumverzoek. Daarom wees de rechtbank het verzoek af wegens gebrek aan belang.

Het vonnis werd op 26 september 2025 gewezen door mr. N.A. Baarsma en in het openbaar uitgesproken in Leeuwarden.

Uitkomst: Het verzoek tot het instellen van een moratorium wordt afgewezen wegens gebrek aan belang na ontruiming van de woning.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/246683 / FT RK 25/886
vonnis van 26 september 2025
in de zaak van:
[schuldenaar],
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
vertegenwoordigd door Nijenhuis Advocatuur, [adres]
,
hierna te noemen: [schuldenaar] ,
tegen
[verhuurder],
vertegenwoordigd door LAVG Gerechtsdeurwaarders, [adres] ,
hierna te noemen: [verhuurder].

1.De procedure

1.1.
Op 11 augustus 2025 is door [schuldenaar] tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (Wsnp) een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).
1.2.
Op 11 augustus 2025 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen. Daarbij is de behandeling van de zaak verwezen naar de zitting van 24 september 2025, en is ter overbrugging van de tussenliggende periode een tijdelijke voorziening getroffen.
1.3.
Op 22 september 2025 heeft de rechtbank van LAVG een verweerschrift ontvangen.
1.4.
Op 23 september 2025 heeft de rechtbank van Nijenhuis Advocatuur namens [schuldenaar] een bericht over het verloop van het moratorium ontvangen.
1.5.
Naar aanleiding van de stukken van zowel LAVG namens [verhuurder] als van Nijenhuis Advocatuur namens [schuldenaar] heeft de rechtbank beslist om de zaak pro forma af te doen.
1.6.
Bepaald is dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2.Het verzoek en de beoordeling

2.1.
Het moratoriumverzoek strekt ertoe [verhuurder] te verbieden de door [schuldenaar] van [verhuurder] gehuurde woning aan [adres] te ontruimen door artikel 305 Fw Pro van toepassing te verklaren.
2.2.
[schuldenaar] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij probeert een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers overeen te komen of - als dat niet lukt - toelating tot de Wsnp zal verzoeken. De gevraagde voorziening is volgens [schuldenaar] noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft.
2.3.
LAVG heeft namens [verhuurder] aangevoerd dat [schuldenaar] geen belang meer heeft bij de gevraagde voorziening. [schuldenaar] heeft, nadat het tussenvonnis op 11 augustus 2025 werd gewezen, de lopende huur niet betaald. [verhuurder] heeft de ontruiming vervolgens opnieuw aangezegd en de ontruiming van de woning heeft op 2 september 2025 plaatsgevonden.
2.4.
Nijenhuis Advocatuur heeft de rechtbank bericht dat er na medio augustus 2025 geen contact meer is geweest met [schuldenaar] . Het uitblijven van de maandelijks verschuldigde huurbetalingen gedurende de tijdelijke voorziening en de daarop gevolgde ontruiming van de woning zijn door Nijenhuis Advocatuur bevestigd.
2.5.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [schuldenaar] geen belang meer heeft bij het verzoek nu de woning door [verhuurder] inmiddels is ontruimd. De rechtbank het verzoek daarom afwijzen wegens gebrek aan belang.

3.De beslissing

De rechtbank
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Baarsma en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.