Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling van het verzoek
dat de gemeenten de schuldenaar direct kunnen doorgeleiden naar de WSNP zodra duidelijk is dat het beproeven van een buitengerechtelijke schuldregeling zinloos is.”
Rechtbank Noord-Nederland
Op 14 juli 2025 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Wsnp). Dit verzoek is behandeld op 24 september 2025, waarbij verzoeker, zijn beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener zijn gehoord.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet-ontvankelijk is omdat niet is aangetoond dat het onmogelijk is om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. De schuldhulpverlener heeft geen aanbod aan schuldeisers gedaan, maar het Wsnp-verzoek direct ingediend met als reden dat verzoeker vanwege een Participatiewet-uitkering en een tijdelijke vrijstelling van arbeidsverplichting geen afloscapaciteit heeft.
De rechtbank stelt dat deze verklaring onvoldoende is om het minnelijk traject over te slaan. Er is geen bewijs dat schuldeisers een nulaanbod zouden weigeren, noch dat verzoeker niet in staat is te werken. De aanname dat de vrijstelling wordt verlengd is onvoldoende onderbouwd. Daarom voldoet het verzoek niet aan artikel 285 Faillissementswet Pro en wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Wel staat het verzoeker vrij om later een nieuw verzoek in te dienen indien hij orde op zaken stelt.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de Wsnp wegens het ontbreken van een deugdelijke poging tot buitengerechtelijke schuldregeling.