Verzoekster, een alleenstaande vrouw van 59 jaar met een Participatiewet-uitkering, diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank stelde vast dat verzoekster een aanzienlijke schuldenlast had, waaronder belastingschulden en terugvorderingen van de gemeente wegens niet opgegeven neveninkomsten uit bedrijfsmatige activiteiten en online gokken.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was omdat zij inkomsten uit het maken van hapjesschalen en online gokwinsten niet had opgegeven, en bovendien geen volledige boekhouding bijhield. Daarnaast was er een lopend onderzoek naar de rechtmatigheid van haar uitkering. Ondanks een beroep op de hardheidsclausule, waarbij werd aangevoerd dat verzoekster kampt met onverwerkt trauma en daardoor moeilijk meewerkt, was de rechtbank van oordeel dat zij nog niet voldoende bereid of in staat is haar verplichtingen na te komen.
De rechtbank concludeerde dat het in het belang van verzoekster en haar schuldeisers is dat eerst gerichte stappen worden gezet om haar situatie te stabiliseren voordat zij kan starten met schuldsanering. Daarom werd het verzoek tot toepassing van de WSNP afgewezen.