ECLI:NL:RBNNE:2025:4253

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
C/18/247047 / FT RK 25/900
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing dwangakkoord bij schuldsanering met saneringskrediet

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 2 oktober 2025 het verzoek van een schuldenaar tot vaststelling van een dwangakkoord op grond van artikel 287a van de Faillissementswet. De schuldenaar bood een schuldregeling aan waarbij concurrente schuldeisers 1,59% van hun vordering ineens ontvangen, gefinancierd door een saneringskrediet van netto €1.138,44. Alle schuldeisers behalve één stemden in met het akkoord. De schuldeiser die weigerde vond het bod te laag.

De rechtbank constateerde dat de schuldeiser niet ter zitting was verschenen en geen schriftelijk verweer had ingediend, ondanks tijdige oproeping. De rechtbank overwoog dat een schuldeiser in beginsel vrij is om instemming te weigeren, maar dat bij een bevel tot instemming terughoudendheid geboden is en alleen onder bijzondere omstandigheden kan worden toegewezen.

De rechtbank bekeek de inhoud van het akkoord en de situatie van de schuldenaar, die een Participatiewet-uitkering ontvangt en vanwege medische en psychische problemen geen uitzicht heeft op verbetering van inkomen. Toelating tot de WSNP zou geen uitkering aan schuldeisers opleveren. Het dwangakkoord biedt een gunstiger resultaat voor schuldeisers en de belangen van schuldenaar en overige schuldeisers wegen zwaarder dan het belang van de weigeraar.

Daarom werd het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toelating tot de WSNP als ingetrokken beschouwd.

Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt toegewezen en de schuldeiser wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/247047 / FT RK 25/900

vonnis van 2 oktober 2025

in de zaak van:
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
voorheen vennoot van [bedrijf] C.V., onder KvK-nummer [nummer] ,
hierna te noemen [verzoeker] ,
tegen
[schuldeiser] ,
vertegenwoordigd door Heijkoop & Partners,
[adres] ,
hierna te noemen [schuldeiser] .

PROCESGANG

Op 19 augustus 2025 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw).
Het verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord is behandeld ter zitting van
18 september 2025. Hierbij zijn verschenen [verzoeker] , bijgestaan door de heer [schuldhulpverlener 1] , mevrouw [schuldhulpverlener 2] en de heer [schuldhulpverlener 3] , allen werkzaam bij de Groningse Kredietbank (hierna: GKB).
De bestuurder van [schuldeiser] heeft bij e-mail van 15 september 2025 de rechtbank verzocht om de zitting te verplaatsen wegens verhindering. De rechtbank heeft [schuldeiser] geantwoord dat de zitting door zou gaan en haar in de gelegenheid gesteld zich ter zitting door iemand anders te laten vertegenwoordigen of een schriftelijk verweer in te dienen.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank constateert dat [schuldeiser] niet ter zitting is verschenen om op de stellingen van [verzoeker] te reageren, zodat eventuele stellingen van [verzoeker] ter terechtzitting ook niet weersproken zijn. De bestuurder van [schuldeiser] heeft weliswaar per e-mail aangegeven te zijn verhinderd, maar er is geen reactie ontvangen op het verzoek van de rechtbank om zich door iemand anders te laten vertegenwoordigen op de zitting of een schriftelijk verweer in te dienen. De rechtbank weegt daarbij mee dat de oproep voor de zitting al op 26 augustus 2025 bij de gemachtigde van [schuldeiser] per aangetekende post is bezorgd en dat uit de bij de e-mail van 15 september 2025 meegestuurde screenshot van de boeking van een vlucht op 18 september niet blijkt op wiens naam de vlucht is geboekt.
[verzoeker] heeft op 16 april 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. Dit akkoord houdt - samengevat - in betaling ineens van 1,59 % op de vorderingen van de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting voor het restant. Hiertoe wordt door de GKB een saneringskrediet van netto € 1.138,44 ter beschikking gesteld.
De hierboven genoemde schuldregeling is door alle schuldeisers behalve [schuldeiser] aanvaard. [schuldeiser] heeft als reden voor het onthouden van haar instemming opgegeven dat ze het voorstel te laag vindt, gezien de achtergrond en de hoogte van de vordering.
De rechtbank stelt voorop dat het een schuldeiser in beginsel vrij staat zijn medewerking aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling waarbij hij slechts een (beperkt) deel van zijn vordering betaald krijgt en voor het restant afstand moet doen van zijn recht op voldoening te weigeren en dat bij toewijzing van een bevel tot instemming terughoudendheid geboden is. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kan er plaats zijn voor een bevel tot instemming waarbij het in beginsel op de weg van de schuldenaar ligt de specifieke feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen, waaruit kan worden afgeleid dat de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking de onevenredigheid tussen het belang dat de schuldeiser heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad.
Bij de beoordeling van de vraag of [schuldeiser] in redelijkheid tot weigering kon komen zal allereerst moeten worden gekeken naar de inhoud van het akkoord, vergeleken met de situatie waarin [verzoeker] toegelaten zou worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), zoals subsidiair verzocht.
Uit de bij de aangeboden schuldregeling gevoegde toelichting blijkt dat wanneer [verzoeker] zou worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, gebaseerd op het huidige inkomen en na aftrek van de kosten, geen uitdeling zal kunnen worden gedaan aan de schuldeisers. [verzoeker] ontvangt op dit moment een Participatiewet uitkering. Vanwege de psychische problematiek en darm-maag problemen van [verzoeker] is er geen uitzicht op inkomen uit betaalde arbeid boven de voor [verzoeker] geldende norm. De verwachting is dat dit niet verandert binnen de looptijd van de schuldregeling.
Nu de vooruitzichten voor [schuldeiser] bij aanvaarding van het akkoord gunstiger zijn dan bij verwerping daarvan, is het uitgangspunt dat zij op grond van de inhoud van de aangeboden schuldregeling in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling heeft kunnen komen. Immers moet er op grond van deze vooruitzichten van uit worden gegaan dat [schuldeiser] geen belang heeft bij de weigering van de instemming, terwijl de overige schuldeisers wel belang hebben bij aanvaarding van de schuldregeling. Het belang van de overige schuldeisers is, evenals het belang van [schuldeiser] , gelegen in de betere vooruitzichten bij de aanvaarding van de aangeboden schuldregeling dan bij verwerping daarvan. Het belang van [verzoeker] is gelegen in het feit dat hij buiten het wettelijk traject zijn schulden kan regelen, hetgeen in overeenstemming is met hetgeen de wetgever met de gedwongen schuldregeling heeft beoogd.
De rechtbank neemt bij haar beslissing voorts in aanmerking dat [verzoeker] zijn medische en psychische situatie ter zitting voldoende heeft onderbouwd.
Ook voor het overige is de rechtbank niet gebleken van feiten en omstandigheden die, ondanks de voordelige inhoud van het akkoord, tot afwijzing van het verzoek zouden moeten leiden.
Op grond van het vorenstaande zal het verzoek dan ook worden toegewezen. Aangezien het primaire verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, kan behandeling van het subsidiaire verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling achterwege blijven. De rechtbank beschouwt dit verzoek tot toelating WSNP als zijnde ingetrokken.

BESLISSING

De rechtbank
- beveelt [schuldeiser] in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Baarsma, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.