Op 3 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak betreffende de schuldenaar, die onder de schuldsaneringsregeling valt. De rechtbank moest beoordelen of de schuldenaar tekortgeschoten was in zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder had op 13 augustus 2025 verslag uitgebracht over de beëindiging van de regeling, en de rechter-commissaris had voorgedragen om de regeling te beëindigen. Tijdens de zitting op 19 september 2025, waar zowel de schuldenaar als zijn beschermingsbewindvoerder aanwezig waren, werd duidelijk dat de schuldenaar een nieuwe schuld had bij de Belastingdienst van € 3.611,00, die voortkwam uit onbetaalde motorrijtuigenbelasting. De bewindvoerder gaf aan pas recentelijk van deze schuld op de hoogte te zijn geraakt, terwijl de schuldenaar al eerder had gekozen om zijn auto te behouden, ondanks de hoge kosten. De beschermingsbewindvoerder vroeg om een verlenging van de schuldsaneringsregeling met tien maanden, zodat de nieuwe schuld in termijnen kon worden voldaan. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar weliswaar tekortgeschoten was, maar besloot de regeling met tien maanden te verlengen, onder de voorwaarde dat de schuldenaar zijn auto zou laten schorsen. De rechtbank weigerde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en stelde de termijn vast op 28 maanden vanaf de dag van de uitspraak. Deze beslissing werd openbaar uitgesproken door mr. I.F. Clement.