ECLI:NL:RBNNE:2025:4255

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
C/18/25/20 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen in verplichtingen

Op 3 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een vonnis uitgesproken in de zaak van de schuldenares, die onder een schuldsaneringsregeling valt. De schuldenares was eerder opgeroepen voor een verhoor door de rechter-commissaris, maar verscheen niet. De bewindvoerder heeft op 17 augustus 2025 verslag uitgebracht over de beëindiging van de schuldsaneringsregeling, waarna de zaak op 19 september 2025 ter zitting is behandeld. Tijdens deze zitting was de schuldenares aanwezig, samen met haar budgetbeheerder en de bewindvoerder. De rechtbank heeft vastgesteld dat de schuldenares niet aan haar informatie- en sollicitatieverplichtingen heeft voldaan en nieuwe schulden heeft laten ontstaan. Ondanks haar verklaring dat ze haar best zal doen, heeft de rechtbank geoordeeld dat de schuldenares niet in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen. De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350, lid 3 sub c van de Faillissementswet. De rechtbank heeft ook het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op € 3.357,00, en bepaald dat de vorderingen die onder de schuldsaneringsregeling vallen, afdwingbaar blijven. Het vonnis is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/25/20 R

vonnis van 3 oktober 2025

in de zaak van:
[schuldenares], geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna te noemen de schuldenares,
bewindvoerder: [bewindvoerder] .

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 22 januari 2025 is de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenares.
De schuldenares is opgeroepen voor een verhoor door de rechter-commissaris ter zitting van 11 augustus 2025, maar is daar niet verschenen.
De rechter-commissaris heeft vervolgens de rechtbank voorgedragen om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
De bewindvoerder heeft op 17 augustus 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De voordracht tot tussentijdse beëindiging is behandeld ter zitting van 19 september 2025, alwaar de schuldenares is verschenen, tezamen met haar budgetbeheerder de heer [budgetbeheerder] van [instelling] . De bewindvoerder is eveneens verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenares één of meer van haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen en of op die grond de regeling tussentijds moet worden beëindigd.
Uit het verslag van de bewindvoerder blijkt dat de bewindvoerder nagenoeg geen contact met de schuldenares kan krijgen. De schuldenares neemt zelf geen contact op en op verzoeken om informatie wordt niet gereageerd. Daarnaast heeft de schuldenares een sollicitatieverplichting maar heeft zij vanaf maart 2025 tot op heden geen sollicitatiebewijzen aan de bewindvoerder gezonden.
Ter zitting heeft de schuldenares verklaard dat het de laatste tijd niet goed met haar gaat. Ze heeft veel aan haar hoofd en heeft zich hierdoor niet aan haar verplichtingen kunnen houden. Vlak voor de zitting heeft de schuldenares alsnog allerlei stukken naar de bewindvoerder gezonden. De schuldenares geeft aan de komende tijd haar best te zullen doen. Ze is bij de huisarts geweest en staat op de wachtlijst voor een gesprek met een psycholoog. De schuldenares wil wel graag aan het werk, maar is hier lichamelijk niet altijd toe in staat.
Volgens de budgetbeheerder speelt er op dit moment heel veel maar is het op financieel vlak stabiel en ontstaan er geen achterstanden. De budgetbeheerder stelt voor de looptijd van de schuldsaneringsregeling met zes maanden te verlengen.
De bewindvoerder heeft ter zitting aangegeven dat ze geen contact kan krijgen met de schuldenares. Het heeft veel moeite gekost om een afspraak te maken voor het huisbezoek en sindsdien is er geen contact meer met de schuldenares geweest. Volgens de bewindvoerder heeft de schuldenares meer hulp nodig bijvoorbeeld in de vorm van beschermingsbewind. De schuldenares stuurt ontvangen nota’s niet goed door. Bij de bewindvoerder is een openstaande nota van Noorderpoort ter hoogte van ruim € 300,00 binnengekomen evenals een nota van het Noordelijk Belastingkantoor .
De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de schuldenares is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en dat haar dat kan worden toegerekend. De schuldenares voldoet niet aan haar informatie- en sollicitatieverplichting en heeft nieuwe schulden laten ontstaan. De schuldenares geeft aan dat het niet goed met haar gaat en dat ze daarvoor naar de huisarts is geweest, maar zij heeft hiervan geen stukken aan de bewindvoerder gezonden of om vrijstelling van haar sollicitatieverplichting verzocht. De schuldenares geeft aan de komende tijd beter haar best te zullen doen, maar maakt dit voornemen niet concreet en toont ook geen initiatief om meer hulp te zoeken. De rechtbank neemt in haar overweging mee dat bij de toelatingszitting de houding van de schuldenares ook al aan de orde is geweest en reden is geweest om een langere looptijd vast te stellen. De beloofde verbetering heeft de schuldenares niet laten zien. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de schuldenares op dit moment met te veel persoonlijke problemen kampt, waardoor zij niet in staat is om te voldoen aan de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank zal de schuldsaneringsregeling daarom tussentijds beëindigen op grond van artikel 350, lid 3 sub c Fw. Dit heeft tot gevolg dat de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling heeft gewerkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, afdwingbaar blijven.
Blijkens het overzicht van de bewindvoerder is de stand van de boedelrekening momenteel
€ 257,00. Op grond van het bepaalde in artikel 350, lid 5 Fw zal niet van rechtswege faillissement volgen aangezien er na aftrek van de kosten van de schuldsaneringsregeling, onvoldoende baten beschikbaar zullen zijn. Nu het uit te delen actief na aftrek van de boedelkosten (met name salaris en advertentiekosten) minder dan € 2.000,- bedraagt, kan naar het oordeel van de rechtbank het opmaken van een slotuitdelingslijst achterwege blijven en eindigt de schuldsaneringsregeling door het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 3.357,00 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.

BESLISSING

De rechtbank:
- beëindigt de schuldsaneringsregeling;
- stelt vast dat de schuldenares toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen;
- stelt het salaris voor de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezige actief tot een bedrag van maximaal € 3.357,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement, en in het openbaar uitgesproken op
3 oktober 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.