ECLI:NL:RBNNE:2025:4286

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
21 oktober 2025
Zaaknummer
C/18/245454 FT RK 25/705 + C/18/25/286 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling op basis van de hardheidsclausule, ondanks psychische problematiek

In deze zaak heeft verzoekster op 1 juli 2025 een verzoekschrift ingediend voor de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 11 september 2025, waarbij de verzoekster zich had afgemeld vanwege psychische en fysieke klachten. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster in een toestand verkeert waarin zij heeft opgehouden te betalen en dat er een schuldenlast van € 10.031,68 is. De schulden zijn ontstaan door onder andere aankopen en online gokken, wat samenhangt met haar ernstige depressie. Ondanks dat de rechtbank oordeelt dat de schulden niet als te goeder trouw kunnen worden aangemerkt, kan het verzoek op basis van de hardheidsclausule worden toegewezen. De rechtbank concludeert dat de oorzaak van de problematiek die tot de schulden heeft geleid, onder controle is door het beschermingsbewind en de wijziging van de grondslag van het bewind. De rechtbank wijst het verzoek toe en stelt de termijn van de Wsnp vast op 18 maanden, ingaande op de datum van het vonnis. De rechtbank benoemt mr. H.J. Idzenga tot rechter-commissaris en geeft de bewindvoerder de opdracht om brieven en telegrammen aan de schuldenares te openen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/245454 FT RK 25/705 + C/18/25/286 R

vonnis van 24 september 2025

in de zaak van:

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,

hierna te noemen: verzoekster.

PROCESGANG

Verzoekster heeft op 1 juli 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 11 september 2025. Daarbij zijn de heer
[schuldhulpverlener] (hierna te noemen: de schuldhulpverlener) en de heer [beschermingsbewindvoerder] (hierna te noemen: de beschermingsbewindvoerder) verschenen. Verzoekster heeft zich bij de rechtbank en bij de beschermingsbewindvoerder voor de zitting afgemeld.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Gebleken is dat verzoekster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden.
Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.
In verband hiermee wordt het volgende overwogen. Verzoekster heeft een schuldenlast van
€ 10.031,68. Op de schuldenlijst staan onder andere schulden bij Wehkamp, Moneyathome en een lening bij een derde, die in de drie jaar voorafgaand aan het toelatingsverzoek zijn ontstaan. Verder blijkt uit het verzoekschrift dat verzoekster ernstig depressief is. Verzoekster heeft in het verzoekschrift verklaard dat wanneer zij in een dip zit, zij haar toevlucht zoekt in aankopen of haar geld besteedt aan online spelletjes. Dit is ook zichtbaar op de afschriften van de leefgeldrekening die aan het verzoekschrift zijn gehecht. In het verzoekschrift is verder vermeld dat verzoekster een WGA-uitkering ontvangt, omdat zij
80-100% arbeidsongeschikt is.
De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat hij op de ochtend van de zitting nog telefonisch contact met verzoekster heeft gehad. Verzoekster heeft bij de beschermingsbewindvoerder aangegeven dat zij psychisch en fysiek niet in staat is om naar de zitting te komen. Wel heeft verzoekster zich bereid verklaard om tijdens de zitting telefonisch bereikbaar te zijn voor vragen. Desgevraagd heeft de beschermings-bewindvoerder verklaard dat verzoekster in het verleden hulp voor haar psychische problematiek heeft gehad, maar daardoor zijn de klachten alleen maar verergerd. Verzoekster heeft op dit moment geen hulp. Met instemming van verzoekster is de beschermings-bewindvoerder nu bezig om het bewind dat is uitgesproken op de B-grond om te zetten in bewind op de A-grond. Volgens de beschermingsbewindvoerder is het contact tussen hem en verzoekster goed, omdat verzoekster hem vertrouwt. Verzoekster reageert meteen op vragen en verzoeken. Volgens de beschermingsbewindvoerder weet zij wat er van haar wordt verwacht in de Wsnp. De schuldhulpverlener heeft hieraan toegevoegd dat de Wsnp voor verzoekster een stip op de horizon is. Hoewel de schuldhulpverlener opmerkt dat er op de leefgeldrekening nog wel wat bijzonderheden plaatsvinden, vraagt verzoekster niet vaak om extra geld. De beschermingsbewindvoerder heeft bevestigd dat het verzoekster goed lukt om van haar leefgeld rond te komen.
De rechtbank stelt vast dat de hierboven genoemde schulden niet als te goeder trouw kunnen worden aangemerkt en dat deze mede zijn ontstaan ten gevolge van de psychische klachten van verzoekster.
Het verzoek om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling kan echter, ondanks het feit dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 288, lid 1, aanhef en onder b Fw zich voordoet, op grond van artikel 288 lid 3 Fw toch worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen (de zogenaamde hardheidsclausule).
De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op de hardheidsclausule in ieder geval aannemelijk dient te zijn dat de oorzaak van de problematiek die tot de schulden heeft geleid onder controle is. Er dient met andere woorden sprake te zijn van een bestendige gedragsverandering waardoor in redelijkheid kan worden aangenomen dat de problematiek zich niet zal herhalen, omdat de oorzaak daarvan is weggenomen.
Naar het oordeel van de rechtbank is uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting genoegzaam gebleken dat de situatie waarin verzoekster nu verkeert zodanig anders is dan ten tijde van het ontstaan van de schulden dat gesproken kan worden van “een keer ten goede”. De rechtbank stelt aan de hand van de schuldenlijst vast dat verzoekster geen nieuwe schulden heeft laten ontstaan sinds zij onder bewind staat bij [beschermingsbewindvoerder] . Weliswaar is de psychische problematiek nog aanwezig, maar ter zitting is ook duidelijk geworden dat er sprake is van een goed contact tussen de beschermingsbewindvoerder en verzoekster. Naar inschatting van de beschermingsbewindvoerder is verzoekster met zijn hulp goed in staat om de Wsnp-verplichtingen na te komen. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verder verklaard dat verzoekster goed van haar leefgeld kan rondkomen. Om meer rust voor verzoekster te creëren is de beschermingsbewindvoerder daarnaast bezig om de grondslag van het bewind te wijzigen in de A-grond. De rechtbank is van oordeel dat de oorzaak van de problematiek die tot de schulden heeft geleid door het beschermingsbewind en de wijziging van de grondslag van het bewind onder controle is, zodat verzoekster de kans dient te worden gegund om te werken aan een schuldenvrije toekomst. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.
De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet bepaalt sinds 1 juli 2023 dat de termijn van de Wsnp in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is om de termijn eerder te laten ingaan.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. Aan de hand van de ingediende stukken en hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank ook geen aanleiding om op dit moment een eerdere ingangsdatum te bepalen, onder meer omdat er stukken ontbreken over de arbeidsongeschiktheid. Het staat verzoekster echter vrij om in de Wsnp aan de rechter-commissaris een (medisch onderbouwd) verzoek voor te leggen om de looptijd van de regeling te verkorten als daarvoor aanleiding is.

BESLISSING

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
-stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum
van dit vonnis;
­ benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga,
en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,
gevestigd te [adres] ;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven
en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Groenewegen en in het openbaar uitgesproken op
24 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.