Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens 12 km per uur te hard rijden buiten de bebouwde kom op de N380 bij Hoornsterzwaag. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie niet-ontvankelijk werd verklaard. De kantonrechter oordeelt dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat het beroepschrift tijdig is verzonden.
De hoorplicht is niet geschonden; de vermeende verhinderingen zijn niet door de CVOM bevestigd en er zijn geen werkafspraken gemaakt. Betrokkene betwist de snelheidsovertreding, maar zijn stelling dat de radarmeting onjuist zou zijn, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat de overtreding is begaan en handhaaft de boete.
Hoewel de boete ongewijzigd blijft, kent de rechtbank een proceskostenvergoeding toe omdat betrokkene beroep moest instellen bij de kantonrechter om een inhoudelijke beoordeling te verkrijgen. De officier van justitie wordt veroordeeld tot betaling van € 45,35 aan proceskosten.