Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Westerwolde, de heffingsambtenaar
Inleiding
Feiten
Belastingjaar 2023 (…)
1-1-2022 over belastingjaar 2023 is m.i. niet correct.”
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 30 oktober 2025 uitspraak gedaan in drie samenhangende zaken betreffende de WOZ-waardering van twee percelen met woonbestemming in een plaats binnen de gemeente Westerwolde. De heffingsambtenaar had de oorspronkelijke WOZ-waardes vastgesteld en na bezwaar van eiser deze aangepast. Vervolgens vernietigde hij de oorspronkelijke beschikkingen en gaf een nieuwe WOZ-beschikking af, waarbij hij het ingediende beroep van eiser als bezwaar tegen de nieuwe beschikking aanmerkte.
De rechtbank oordeelde dat de beroepen tegen de oorspronkelijke beschikkingen niet-ontvankelijk zijn omdat door de vernietiging het belang van eiser bij die beroepen is komen te vervallen. Het beroepschrift kon niet worden aangemerkt als bezwaar tegen de nieuwe beschikking, hetgeen de heffingsambtenaar had miskend. Met instemming van partijen behandelde de rechtbank het beroepschrift als rechtstreeks beroep tegen de nieuwe WOZ-beschikking.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat noch eiser noch de heffingsambtenaar slaagden in hun bewijslast omtrent de juiste waarde. De heffingsambtenaar baseerde zich op een vergelijkbare verkoop, maar hield onvoldoende rekening met het feit dat voor een groot deel van het perceel nog geen bouwvergunning was verleend op de waardepeildatum. Eiser onderbouwde zijn lagere waarde onvoldoende. Daarom bepaalde de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie op €110.000. De griffierechten werden verrekend en deels vergoed aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart beroepen tegen oorspronkelijke WOZ-beschikkingen niet-ontvankelijk en vermindert de waarde van de nieuwe WOZ-beschikking tot €110.000.