ECLI:NL:RBNNE:2025:4487
Rechtbank Noord-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking beroepen over WOZ-objectafbakening
Verzoekster heeft beroepen ingesteld tegen WOZ-beschikkingen en aanslagen OZB voor meerdere objecten in een plaats, welke zij vervolgens introk nadat de heffingsambtenaar tegemoet was gekomen aan haar standpunt over de objectafbakening. De rechtbank beoordeelt het verzoek om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb.
De heffingsambtenaar voerde verweer dat geen proceskostenvergoeding toekwam omdat het procesbelang was komen te vervallen en er geen sprake was van herroeping van de beschikkingen. De rechtbank oordeelt dat de tegemoetkoming van de heffingsambtenaar neerkomt op herroeping van de oorspronkelijke beschikkingen en dat daardoor recht bestaat op vergoeding van proceskosten, zowel voor de beroeps- als de bezwaarfase.
De rechtbank berekent de proceskostenvergoeding aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet WOZ, inclusief kosten voor taxatierapporten en aanwezigheid van deskundigen. De totale vergoeding wordt vastgesteld op € 4.288,50. Tevens wordt de heffingsambtenaar verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige belastingkamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 4 november 2025 en bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 4.288,50 aan proceskosten aan verzoekster.