Aan betrokkene is een boete opgelegd van €119,00 voor het stilstaan op het trottoir op 31 augustus 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, die de zaak op 10 september 2025 behandelde.
De kantonrechter stelde vast dat betrokkene de overtreding niet betwistte, maar dat er sprake was van een schending van de redelijke termijn, aangezien meer dan twee jaar was verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten een boete te krijgen en de uitspraak. Daarom werd de boete gematigd met 25% tot €91,50. Verder bleek uit foto’s dat het duidelijk was dat parkeren op die locatie niet was toegestaan.
De officier van justitie werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op €56,69, gebaseerd op een puntentoekenning en wegingsfactoren. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de boete gewijzigd. Betrokkene krijgt het teveel betaalde bedrag terug.