ECLI:NL:RBNNE:2025:4490

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 september 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
11455455 BU VERZ 24-3055
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArtikel 6 EVRMArtikel 4, onderdeel a, Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpmArtikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor parkeren zonder parkeerschijf wegens schending redelijke termijn

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens parkeren zonder duidelijke parkeerschijf in een blauwe zone op 22 augustus 2023. Betrokkene voerde aan dat zij vanwege ziekenhuisopname en herstel niet in staat was eerder een parkeervergunning aan te vragen of hulp te vragen.

De officier van justitie stelde voor de boete met 25% te matigen wegens schending van de redelijke termijn, omdat meer dan twee jaar was verstreken tussen het moment waarop betrokkene een boete kon verwachten en de uitspraak. De kantonrechter matigde de boete dan ook tot € 91,50.

De kantonrechter oordeelde echter dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet eerder om hulp kon vragen bij het aanvragen van een vergunning of het verplaatsen van de auto. Daarnaast werd opgemerkt dat een andere boete voor dezelfde overtreding al was vernietigd.

De officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in de kantonfase, berekend op € 226,75. De uitspraak werd mondeling gedaan op 10 september 2025 door kantonrechter J.Y.B. Jansen te Leeuwarden.

Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% tot € 91,50 wegens schending van de redelijke termijn, overige bezwaren worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260715486
zaaknummer: 11455455 BU VERZ 24-3055
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 september 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
(gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl niet is voorzien van een duidelijke geplaatste parkeerschijf’, verricht op 22 augustus 2023, om 15:44 uur, op [adres] in [plaats] , met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 september 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: als gemachtigde van betrokkene [naam], kantoorgenoot van mr. M. Lagas en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. J. Meerdink.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat de auto van betrokkene op maandag 21 augustus 2023 geparkeerd stond op [adres] . Op 21 augustus 2023 heeft een verbalisant haar beboet voor het parkeren in een blauwe zone, zonder parkeerschijf of geldige parkeervergunning. Op 22 augustus 2023 is een andere verbalisant langs geweest die nog een boete heeft gegeven voor dezelfde reden. Tijdens het bezoek van de verbalisant op 22 augustus 2023 heeft de verbalisant aangegeven dat hij op 8 augustus 2023 een waarschuwing heeft gegeven. Dit heeft hij niet bij haar kunnen melden, omdat zij op dat moment in het ziekenhuis lag. Zij is een alleenstaande moeder met kinderen. Ze heeft nog geen geldige parkeervergunning, omdat zij van 1 augustus tot 10 augustus 2023 in het ziekenhuis heeft gelegen met gebroken ribben en een klaplong. Tot op heden is zij hier nog herstellende van en is zij nog niet in staat geweest deze dingen te kunnen regelen en om haar dagelijkse dingen te kunnen doen. Vandaag heeft zij met behulp van haar dochter een parkeervergunning aangevraagd, deze is nu verwerkt. Betrokkene snapte dit zelf niet en had hier ook de energie niet voor. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat de boete met 25% gematigd moet worden, omdat de redelijke termijn is geschonden. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard. De andere boete is inmiddels vernietigd.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
5. De kantonrechter zal de boete matigen met 25% tot € 91,50 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. [1] In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat zij een boete zou krijgen en deze uitspraak.
6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete verder te matigen. Betrokkene heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet eerder om hulp kon vragen bij het aanvragen van een vergunning of het verplaatsen van de auto. Daarnaast is op de zitting gebleken dat de andere boete al vernietigd is.
7. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren in verband met de schending van de redelijke termijn, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene in de kantonfase. Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00 en één punt ter waarde van € 907,00 voor het verschijnen op de zitting. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor toe als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv. [2]
8. De berekening is als volgt: 2 (procespunten) x € 907,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 226,75. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 226,75.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 91,50 (inclusief administratiekosten);
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 226,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 6, eerste lid, van het EVRM.
2.Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.