ECLI:NL:RBNNE:2025:4650

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/19/153602 / KG ZA 25-132
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis wegens fraude met facturen in VIP-kortingsprogramma

In deze kortgedingprocedure vordert eiser, een onderneming die een VIP-kortingsprogramma aanbiedt, schadevergoeding van gedaagde wegens fraude met facturen. Gedaagde heeft in een periode van twee jaar 372 vervalste facturen ingediend voor 3.808 zakken hondenvoer, waarop eiser ruim €188.000 aan kortingen heeft uitgekeerd.

Gedaagde is ondanks oproeping niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend. De voorzieningenrechter overweegt dat hoewel in kort geding terughoudendheid geboden is bij geldvorderingen, de vordering voldoende aannemelijk is, het spoedeisend belang is toegelicht en er een restitutierisico bestaat. Daarom wordt de vordering toegewezen als voorschot op de schade.

Daarnaast worden beslagkosten en griffierecht toegewezen, evenals proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De uitspraak bevestigt de aansprakelijkheid van gedaagde voor de gefraudeerde bedragen en legt een betalingsverplichting op.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €188.917,88 schadevergoeding, rente en kosten wegens fraude met facturen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer: C/19/153602 / KG ZA 25-132
Vonnis in kort geding van 10 november 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. J. Wind,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. O.M.M. Philips,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 28 oktober 2025 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de dagvaarding. Vervolgens heeft [eiser] verzocht vonnis te wijzen en is de vonnisdatum bepaald op heden.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling was namens [eiser] mr. Wind aanwezig. [gedaagde] en haar advocaat zijn niet verschenen.

2.De kern

2.1.
[eiser] biedt een VIP-kortingsprogramma aan voor medewerkers van haar ambassadeurs. Met het VIP-programma krijgen deze medewerkers de mogelijkheid om met een korting veterinaire voeding voor hun huisdieren te kopen. De medewerker koopt een product en dient de factuur vervolgens in bij [eiser] , waarna de korting wordt uitbetaald op de rekening van de persoon die de producten heeft gekocht. [gedaagde] heeft in een tijdsbestek van twee jaren 372 facturen via het VIP-programma ingediend voor 3.808 zakken hondenvoer. [eiser] heeft in totaal een bedrag van € 188.917,88 aan kortingen aan [gedaagde] uitgekeerd. [gedaagde] heeft gefraudeerd met het VIP-programma door vervalste facturen in te dienen. [eiser] wil deze schade van [gedaagde] vergoed krijgen. De schade van [eiser] is gelijk aan het bedrag dat zij aan [gedaagde] heeft uitgekeerd en zij vordert daarom een bedrag van € 188.917,88, nog te vermeerderen met rente en kosten. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiser] toe.

3.De beoordeling

3.1.
Hoewel [gedaagde] deugdelijk is opgeroepen, is zij niet ter zitting verschenen. Tegen [gedaagde] zal daarom verstek worden verleend.
3.2.
De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Vooropgesteld wordt dat met betrekking tot een geldvordering in kort geding terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats is. Bij de beoordeling speelt een rol of de vordering voldoende aannemelijk is, of een onmiddellijke voorziening vereist is en of er een restitutierisico is. De voorzieningenrechter begrijpt de vordering zo dat een voorschot op de schade wordt gevorderd. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en is voldoende onderbouwd. Ook het spoedeisend belang is voldoende toegelicht. De vorderingen zullen daarom worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld. Het bedrag tot voldoening waarvan [gedaagde] zal worden veroordeeld, geldt als voorschot.
3.3.
De gevorderde beslagkosten van € 1.848,75 en het griffierecht van € 714,- voor het verkrijgen van het verlof tot het leggen van beslag zullen worden toegewezen.
3.4.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. De proceskosten worden aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 7.874,21, waarvan € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 6.861,- aan griffierecht, € 715,- aan salaris gemachtigde en € 178,- aan nakosten.
3.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
verleent verstek tegen [gedaagde] ;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 188.917,88, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de kosten van het geding van € 7.874,21, en de beslagkosten ex artikel 706 Rv Pro van € 1.848,75 plus het griffierecht van € 714,-, steeds vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het ten deze te wijzen vonnis tot de dag van algehele voldoening;
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op
10 november 2025.
typ: 584