ECLI:NL:RBNNE:2025:4696

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
LEE 25/969
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.1 WooArt. 4:5 lid 4 AwbArt. 4:1 lid 5 WooArt. 4:1 lid 6 Woo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen buitenbehandelingstelling Woo-verzoek wegens onvoldoende specificatie

Eiser diende op 3 augustus 2024 een Woo-verzoek in voor documenten over het al dan niet terugplaatsen van uit huis geplaatste kinderen met een link naar de toeslagenaffaire. Verweerder stelde het verzoek buiten behandeling omdat het te algemeen was en onvoldoende concrete informatie van publieke aard werd gevraagd.

Verweerder vroeg op 17 september 2024 om precisering, maar dit verzoek kwam te laat. Desondanks bood verweerder gedurende de bezwaarprocedure voldoende gelegenheid om het verzoek te concretiseren. Eiser reageerde niet op het preciseringsverzoek en gaf ook op de hoorzitting geen nadere invulling.

De rechtbank oordeelt dat het Woo-verzoek terecht buiten behandeling is gesteld wegens onvoldoende specificatie en onvoldoende medewerking van eiser. Het beroep is ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van het Woo-verzoek is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/969

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. B. Rijkse).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de buitenbehandelingstelling van zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder heeft het Woo-verzoek niet in behandeling genomen omdat het verzoek onvoldoende gespecificeerd is. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder het Woo-verzoek terecht niet in behandeling heeft genomen. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 3 augustus 2024 op grond van de Woo verzocht om “alle stukken die zien op het al dan niet terugplaatsen van uit huis geplaatste kinderen met een link met de toeslagenaffaire in de periode 01-01-2022 tot en met 02-08-2024.”
2.1.
Verweerder heeft op 17 september 2024 een preciseringsverzoek gedaan. Eiser heeft daar niet op gereageerd.
2.2.
Met het primaire besluit van 8 oktober 2024 heeft verweerder het Woo-verzoek van eiser buiten behandeling gesteld.
2.3.
Met het bestreden besluit van 14 februari 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.
2.4.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 6 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Mocht verweerder het Woo-verzoek van eiser buiten behandeling stellen?
3. Eiser stelt dat zijn Woo-verzoek voldoende concreet is om in behandeling te nemen. Daarnaast is het verzoek om precisering te laat gedaan.
3.1.
Verweerder stelt dat eiser zijn Woo-verzoek had moeten preciseren. Het preciseringsverzoek is weliswaar later dan twee weken na de ontvangst van het Woo-verzoek gedaan, maar dit heeft geen gevolgen. Verweerder heeft eiser voldoende gelegenheid geboden om zijn verzoek concreet te maken.
3.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Als een Woo-verzoek te algemeen is, verzoekt het bestuursorgaan de verzoeker binnen twee weken na de ontvangst van het verzoek om het verzoek te preciseren en helpt het de verzoeker daarbij. [1] Als de verzoeker niet meewerkt aan een verzoek tot precisering kan het bestuursorgaan besluiten het verzoek niet te behandelen. Dat besluit moet aan de verzoeker worden bekendgemaakt binnen twee weken nadat de gestelde preciseringstermijn ongebruikt is verstreken. [2]
Is eisers Woo-verzoek voldoende concreet?
4. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek om "alle stukken die zien op het al dan niet terugplaatsen van uit huis geplaatste kinderen met een link naar de toeslagenaffaire" te algemeen is. Verweerder heeft eiser op voorhand erop gewezen dat privacygevoelige informatie die een inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer niet geopenbaard wordt. Informatie die in individuele dossiers van (uithuisgeplaatste) kinderen is opgenomen, kan niet worden verstrekt omdat dit privacygevoelige en persoonlijke informatie betreft. Een verzoek om openbaarmaking van dergelijke informatie kan niet in behandeling genomen worden. Uit eisers verzoek wordt niet duidelijk welke concrete informatie van publieke aard hij wenst te verkrijgen. Verweerder stelt daarom terecht dat het Woo-verzoek van eiser onvoldoende concreet is en moet worden gepreciseerd.
Heeft het bestuur op tijd om precisering gevraagd?
5. Verweerder heeft bij brief van 17 september 2024 eiser uitgenodigd om zijn verzoek te preciseren. Het staat vast dat verweerder niet binnen de termijn van twee weken na de ontvangst van het Woo-verzoek om precisering heeft gevraagd, maar die termijn is geen fatale termijn. Dat betekent dat verweerder ook na afloop van de termijn van twee weken nog om precisering mocht vragen.
5.1.
De rechtbank stelt vast dat verweerder pas na het verstrijken van de beslistermijn om precisering heeft gevraagd. Hoewel het preciseringsverzoek dus veel te laat is gedaan, is de rechtbank van oordeel dat deze tekortkoming in de bezwaarfase vooraf aan de beslissing op bezwaar is hersteld. Verweerder is eiser gedurende de procedure namelijk behulpzaam geweest door hem voldoende gelegenheid te geven het verzoek te preciseren. Verweerder heeft eiser uitleg gegeven door uit te vragen welke publieke informatie eiser concreet wenst te ontvangen. Ook op de hoorzitting is gemachtigde van eiser om precisering gevraagd. Gemachtigde van eiser zou navraag doen bij eiser, maar is hier niet op teruggekomen. Eiser heeft verder ook niet op het preciseringsverzoek gereageerd. Gelet op het voorgaande heeft eiser onvoldoende meegewerkt aan het verzoek om precisering. Dat betekent dat verweerder het Woo-verzoek van eiser buiten behandeling mocht stellen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Lenting, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 september 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet open overheid (Woo)
Artikel 4.1 Verzoek
Eenieder kan een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. In het laatste geval beslist het verantwoordelijke bestuursorgaan op het verzoek.
Een verzoek kan mondeling of schriftelijk worden ingediend en kan elektronisch worden verzonden op de door het bestuursorgaan aangegeven wijze.
De verzoeker behoeft bij zijn verzoek geen belang te stellen.
De verzoeker vermeldt bij zijn verzoek de aangelegenheid of het daarop betrekking hebbende document, waarover hij informatie wenst te ontvangen.
Indien een verzoek te algemeen geformuleerd is, verzoekt het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek de verzoeker om het verzoek te preciseren en is het de verzoeker daarbij behulpzaam.
Het bestuursorgaan kan besluiten een verzoek niet te behandelen, indien de verzoeker niet meewerkt aan een verzoek tot precisering als bedoeld het vijfde lid. In afwijking van
artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5&g=2025-07-29&z=2025-07-29)wordt het besluit om het verzoek niet te behandelen aan de verzoeker bekendgemaakt binnen twee weken nadat het verzoek is gepreciseerd of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in
hoofdstuk 5 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0045754/2025-07-01).

Voetnoten

1.Artikel 4.1, vijfde lid, van de Woo.
2.Artikel 4.1, zesde lid, van de Woo.