Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
De korpschef van Politie, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties
Procesverloop
29 april 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 mei 2024 op het bezwaar van eiser is de korpschef bij de afwijzing gebleven.
Standpunten van partijen
Beoordeling door de rechtbank
- voor zover het geen herhaald verzoek betreft - het verzoek moet worden afgewezen.
“Met de term ‘onverminderd het elders bij wet bepaalde’ wordt duidelijk gemaakt dat een andere regeling betreffende op een verzoeker betrekking hebbende gegevens voorrang heeft.” [1] Uit deze toelichting blijkt verder dat het daarbij gaat om regelingen die de openbaarheid van informatie en de individuele verstrekking uitputtend regelen. Zo is toegelicht dat het regime van bijvoorbeeld de Wpg aan de toepassing van artikel 5.5 van de Woo in de weg staat, omdat deze wet niet alleen de openbaarheid uitputtend beperkt, maar ook de individuele verstrekking. [2]
“een vangnet in het geval het beginsel dat eenieder recht heeft om op hem betrekking hebbende informatie te kennen niet optimaal is geregeld.” [3] Wel strekt artikel 5.5 van de Woo verder dan het inzagerecht uit artikel 15 van Pro de AVG, omdat het verzoek betrekking kan hebben op andere gegevens dan persoonsgegevens. De rechtbank citeert:
“De AVG geeft aanspraak op inzage in de verwerking van persoonsgegevens en in de AVG gespecificeerde informatie betreffende die verwerking. Artikel 5.5 geeft aanspraak op het verstrekken van informatie die betrekking heeft op de verzoeker. Het zal dan vooral gaan om bestuursorganen die bij de uitvoering van hun taak een dossier over de verzoeker hebben aangelegd, dan wel een dossier hebben aangelegd over een aangelegenheid waarbij de verzoeker is betrokken geraakt, zodat gegevens over hem in dat dossier zijn terecht gekomen. De reikwijdte van artikel 5.5 betreft in dat geval de informatie die uitsluitend (rechtstreeks) betrekking heeft op de verzoeker.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.K. Lenting, griffier.