Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
3.
[eiser sub 3],
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
[gedaagde sub 1] exploiteert met zijn echtgenote en zoon een boerenbedrijf (een maatschap). Voornoemd perceel wordt door de maatschap gebruikt als grasland. [gedaagde sub 2] is de dochter van [gedaagde sub 1] . Zij is eigenaar van het kadastrale [perceel, sectie, nummer 4] .
3.Het geschil
4.De beoordeling
[omwonende 1] :
[omwonende 2] :
[omwonende 3] :
[omwonende 4] :
[omwonende 5]
[omwonende 6]
[omwonende 1] , [omwonende 2] , [omwonende 3] en [omwonende 6] af te leiden dat [pad] in ieder geval al sinds 1970 op voornoemde wijze wordt gebruikt. [omwonende 2] schrijft dat [pad]
‘al sinds mensenheugenis’bestaat en door hem werd gebruikt om naar school te gaan. Nu [omwonende 2] blijkens zijn verklaring is geboren in 1949, gaat de rechtbank ervan uit dat [pad] volgens hem in ieder geval sinds 1970 werd gebruikt. [omwonende 6] verklaart dat hij sinds zijn kindertijd gebruik maakt van [pad] . Hij schrijft niet vanaf welke leeftijd hij als kind op [pad] speelde, maar blijkens zijn verklaring is [omwonende 6] geboren in 1961, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat (ook) hij in 1970 al gebruik maakte van [pad] . Verder verklaart [omwonende 1] dat [pad] 60 jaar geleden al gebruikt werd als route naar school en verklaart [omwonende 3] dat hij [pad] al 62 jaar gebruikt voor het maken van een ommetje. Tot slot maakt de rechtbank uit deze verklaringen op dat gebruik volgens hen onafgebroken heeft plaatsgevonden. Blijkens de verklaringen wordt [pad]
sinds(in ieder geval) 1970 op de door hen genoemde wijze gebruikt en geen van deze getuigen verklaart dat dit gebruik in de 30 daarop volgende jaren is gestopt en later weer is hervat.
voor een iedertoegankelijk is geweest.
vanafvier weken na betekening van dit vonnis. Aan de veroordelingen zal een dwangsom worden verbonden van € 500,00 per dag met een maximum van € 10.000,00 (per overtreding).
5.De beslissing
[gedaagde sub 2] door eenieder op geen enkele wijze te hinderen,
19 november 2025.
710/mh