ECLI:NL:RBNNE:2025:4769

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
C/18/249466 KG RK 25-329
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArtikel 4 Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter wegens niet-behandeling zaak

Verzoekster diende op 27 oktober 2025 een wrakingsverzoek in tegen mr. W. Huizing, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland, omdat zij meende dat deze rechter haar zaak behandelde. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 Rv Pro en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Nederland.

De voorzitter van de wrakingskamer stelde vast dat de door verzoekster genoemde zaak niet in behandeling was bij de rechtbank Noord-Nederland, maar was doorverwezen naar de rechtbank Rotterdam. Hierdoor was het wrakingsverzoek gericht tegen een rechter die niet betrokken was bij de behandeling van de zaak.

Op basis hiervan verklaarde de wrakingskamer het verzoek zonder behandeling ter zitting niet-ontvankelijk. De beslissing werd op 28 oktober 2025 door de voorzitter van de wrakingskamer, mr. Th.A. Wiersma, in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. W. Huizing is niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak niet bij de rechtbank Noord-Nederland in behandeling is.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/249466 KG RK 25-329
Beslissing van 28 oktober 2025
van de voorzitter van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. W. Huizing,
rechter in deze rechtbank.

1.De procedure

1.1
Op 27 oktober 2025 heeft verzoekster een verzoek tot wraking van de rechter ingediend. Hierbij heeft verzoekster aangegeven dat de rechter de zaak [zaaknummer] behandelt.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van mr. W. Huizing.

3.De beoordeling

3.1
Artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder e, van het Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland (vastgesteld op 4 april 2023) kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter of is gericht tegen het hele college.
3.3
Naar het oordeel van de voorzitter van de wrakingskamer kan verzoekster niet worden ontvangen in haar verzoek omdat ten tijde van het indienen van het verzoek de door verzoekster genoemde zaak niet bij de rechtbank Noord-Nederland in behandeling is. Hierbij overweegt de wrakingskamer dat deze zaak is doorverwezen naar de rechtbank Rotterdam. Bij deze stand van zaken is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk omdat het verzoek is gericht tegen een rechter die niet bij de behandeling van de zaak van verzoekster betrokken is.
3.4
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid wordt verzoekster in haar verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting niet-ontvankelijk verklaard.

4.De beslissing

De voorzitter van de wrakingskamer verklaart het verzoek van 27 oktober 2025 van verzoekster niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th.A. Wiersma, voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.
de griffier de voorzitter
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te tekenen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.