ECLI:NL:RBNNE:2025:4781
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing moratorium ter voortzetting minnelijk schuldregeling ondanks late huurbetaling
Verzoeker had op 23 juli 2025 een moratorium aangevraagd in het kader van de schuldsaneringsregeling, waarna de rechtbank op 27 augustus 2025 een moratorium van zes maanden toekende met de voorwaarde dat huur tijdig voldaan moest worden. Omdat de huur voor september 2025 te laat werd betaald, verviel het moratorium en werd ontruiming aangekondigd.
Verzoeker diende vervolgens op 18 september 2025 een verzoek tot voorlopige voorziening in om ontruiming te voorkomen. Tijdens de zitting op 29 september 2025 werd toegelicht dat de late huurbetaling het gevolg was van vertraging bij het UWV in de uitbetaling van de WW-uitkering, veroorzaakt door ontbrekende documenten. Na ontvangst van de uitkering werd de huur direct voldaan.
De verhuurder voerde tegen dat verzoeker niet te goeder trouw was en eerdere betalingsachterstanden had, maar de rechtbank oordeelde dat het moratorium noodzakelijk is om verzoeker in staat te stellen een minnelijk traject af te ronden. De rechtbank stelde dat de late betaling niet aan verzoeker te wijten was en dat betaling van toekomstige huur gewaarborgd lijkt. Het verzoek werd toegewezen voor een termijn van vier maanden, met voorwaarden voor tijdige betaling en verslaglegging.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot moratorium toe voor vier maanden om ontruiming te voorkomen en het minnelijk schuldregelingstraject voort te zetten.