ECLI:NL:RBNNE:2025:4781
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing van een moratorium in het kader van een schuldsaneringsregeling met betrekking tot huurbetalingen
In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 30 september 2025 een vonnis gewezen in het kader van een verzoek tot toepassing van een moratorium, ingediend door de verzoeker in het kader van de schuldsaneringsregeling. De verzoeker, geboren in 1983, had eerder een moratorium aangevraagd op 23 juli 2025, dat was toegewezen, maar verviel omdat de huur voor september 2025 niet tijdig was voldaan. De rechtbank heeft op 27 augustus 2025 bepaald dat de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis tot ontruiming werd opgeschort voor maximaal zes maanden, mits de huur tijdig werd betaald. Na de niet-tijdige betaling van de huur, werd er opnieuw een ontruiming aangezegd. De verzoeker heeft op 18 september 2025 een voorlopige voorziening aangevraagd om een ontruiming op 1 oktober 2025 te voorkomen. Tijdens de zitting op 29 september 2025 is het verzoek behandeld, waarbij de verzoeker werd bijgestaan door een schuldhulpverlener en een beschermingsbewindvoerder. De rechtbank heeft vastgesteld dat de te late huurbetaling niet te wijten was aan de verzoeker, maar aan een te optimistische inschatting van de beschermingsbewindvoerder over de uitbetaling van de WW-uitkering. De rechtbank heeft geoordeeld dat het verzoek om een moratorium gerechtvaardigd is, zodat de verzoeker in staat wordt gesteld om in een minnelijk traject tot overeenstemming te komen met zijn schuldeisers. De rechtbank heeft de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis opgeschort voor de duur van vier maanden, met de voorwaarde dat de huurbetalingen tijdig en volledig worden voldaan. De rechtbank heeft ook bepaald dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling nog niet wordt beslist, aangezien het minnelijk traject nog moet worden afgerond.