ECLI:NL:RBNNE:2025:4782

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
C/18/245131 / FT RK 25/641
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot toelating Wsnp niet-ontvankelijk wegens ontbreken minnelijk traject en onvolledige stukken

Verzoeker diende een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering (Wsnp) in nadat een faillissementsverzoek was ingediend door Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf en Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf. De rechtbank stelde vast dat het Wsnp-verzoek incompleet was en dat geen minnelijk traject was doorlopen, terwijl dit in beginsel een vereiste is voor toelating tot de Wsnp.

De rechtbank hield de behandeling van het Wsnp-verzoek twee maanden aan om verzoeker de gelegenheid te geven alsnog een minnelijk aanbod aan schuldeisers te doen. Na deze termijn bleek dat een minnelijk traject niet kon worden gestart vanwege een niet op orde zijnde boekhouding. De rechtbank vond de toelichting hierover onvoldoende en stelde vast dat ook de gevraagde aanvullende informatie niet was verstrekt.

Gezien het ontbreken van een deugdelijke poging tot een minnelijk traject en de onvolledigheid van het verzoek, verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in het Wsnp-verzoek. Hierdoor herleeft het faillissementsverzoek van rechtswege zodra deze uitspraak onherroepelijk is geworden.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het Wsnp-verzoek wegens het ontbreken van een minnelijk traject en onvolledige stukken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/245131 / FT RK 25/641

vonnis d.d. 13 oktober 2025

in de zaak van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen verzoeker.

PROCESGANG

Op 15 mei 2025 is bij de rechtbank een verzoekschrift binnengekomen van Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf en Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf om verzoeker failliet te verklaren
Op 11 juni 2025 heeft Zuidweg & Partners verklaard dat verzoeker een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (Wsnp) wil indienen. De behandeling van het faillissementsrekest is geschorst totdat onherroepelijk is beslist op het Wsnp-verzoek.
Op 24 juli 2025 is een (incompleet) Wsnp-verzoek ingediend. Zuidweg & Partners heeft in de begeleidende brief laten weten dat een uittreksel BRP, BKR-registratie, een uittreksel uit de Kamer van Koophandel en een recent schuldenoverzicht van de Belastingdienst zijn opgevraagd en zullen worden nagezonden. Verder is in het verzoekschrift opgenomen dat de buitengerechtelijke schuldregeling niet kan worden voorgezet omdat er een faillissementsverzoek is ingediend.
Op 30 juli 2025 heeft de rechtbank Zuidweg & Partners per e-mail laten weten dat de behandeling van het Wsnp-verzoek wordt aangehouden voor de duur van twee maanden om verzoeker in de gelegenheid te stellen een aanbod te doen aan de schuldeisers, omdat het enkele feit dat het faillissement van verzoeker is aangevraagd geen reden vormt om af te zien van het buitengerechtelijk traject. Tevens heeft de rechtbank Zuidweg & Partners - voor het geval er geen minnelijke regeling tot stand zou komen - laten weten dat er nog veel informatie ontbreekt om het Wsnp-verzoek te kunnen beoordelen en daarbij de nodige vragen geformuleerd.
Zuidweg & Partners heeft op 30 september 2025 bericht dat er geen saneringsvoorstel gedaan kan worden aan de schuldeisers omdat de boekhouding van verzoeker niet op orde is.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek om te worden toegelaten tot de Wsnp, omdat het Wsnp-verzoek niet voldoet aan de wettelijk voorgeschreven vereisten. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Een van de doelstellingen van de Wsnp is het bevorderen van de totstandkoming van minnelijke schuldregelingen. Een Wsnp-verzoek moet dus in beginsel zijn voorafgegaan door een deugdelijke poging om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen en vergezeld gaan van onder meer een zogenoemde 285-verklaring. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om een minnelijk traject te volgen.
Uit het verzoekschrift blijkt dat Zuidweg & Partners namens verzoeker geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers om tot een minnelijke regeling te komen omdat er een faillissementsverzoek is ingediend. Omdat naar het oordeel van de rechtbank het faillissementsrekest geen gegronde reden vormt voor het overslaan van het minnelijk traject, heeft de rechtbank de behandeling van het Wsnp-verzoek voor de duur van twee maanden aangehouden zodat Zuidweg & Partners samen met verzoeker alsnog kan proberen om een minnelijke regeling te treffen met de schuldeisers. Zuidweg & Partners heeft de rechtbank twee maanden later laten weten dat een minnelijk traject niet kon worden opgestart omdat de boekhouding van verzoeker niet op orde is. Nog daargelaten dat de rechtbank niet begrijpt dat dit antwoord twee maanden op zich heeft laten wachten, had van Zuidweg & Partners naar het oordeel van de rechtbank een uitgebreidere toelichting mogen worden verwacht op dit punt. De rechtbank had in de brief van 30 juli 2025 namelijk ook naar de betaling van bijna € 4.500,00 aan een accountant in juni 2025 gevraagd. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan de rechtbank dan ook niet vaststellen dat een minnelijk traject niet mogelijk is.
De rechtbank stelt daarnaast vast dat een inhoudelijke beoordeling van het door verzoeker ingediende verzoek door het ontbreken van de op 30 juli 2025 gevraagde informatie niet mogelijk is. Ook de door Zuidweg & Partners op 24 juli 2025 genoemde ontbrekende informatie is niet verstrekt.
De rechtbank kan dan ook niet anders dan concluderen dat het verzoek niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen, zodat de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk verklaart in zijn verzoek tot toepassing van de Wsnp.
Nu verzoeker niet-ontvankelijk zal worden verklaard, herleeft het faillissementsverzoek van rechtswege zodra deze uitspraak onherroepelijk is geworden.

BESLISSING

De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsanering.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Baarsma, en in het openbaar uitgesproken op
13 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.1
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.