ECLI:NL:RBNNE:2025:4787

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
C/18/24/136 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling wegens boedelachterstand

In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 17 oktober 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar, die in 2024 was gestart. De rechtbank moest beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar tekortgeschoten was in zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 10 oktober 2025 werd duidelijk dat de schuldenaar een aanzienlijke boedelachterstand had van € 13.535,00. De bewindvoerder had de schuldenaar verzocht in te stemmen met een verlenging van de looptijd van de regeling om deze achterstand in te lopen, maar de schuldenaar had hierop niet gereageerd. De schuldenaar verzocht ter zitting om een verlenging van de regeling met vierentwintig maanden, met een aflosschema dat hij had overgelegd. De rechtbank oordeelde dat de schuldsaneringsregeling niet beëindigd kon worden met een schone lei, maar dat de schuldenaar een kans moest krijgen om de achterstand in te lopen. De rechtbank verlengde de regeling met vierentwintig maanden, onder de voorwaarde dat de schuldenaar maandelijks een aflossing deed volgens het overgelegde schema. Tevens werd bepaald dat de schuldenaar vanaf 1 november 2025 ontheven zou worden van de verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, met uitzondering van het salaris van de bewindvoerder. De rechtbank benadrukte dat de verlenging te wijten was aan het niet adequaat handelen van de schuldenaar, die wel het salaris van de bewindvoerder na 1 november 2025 diende te betalen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/24/136 R

vonnis van 17 oktober 2025

in de zaak van:
[schuldenaar], geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen de schuldenaar,
bewindvoerder: [bewindvoerder] .

PROCESGANG

Bij vonnis van 1 mei 2024 is ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft er op 11 november 2024 en 16 juni 2025 een verhoor plaatsgevonden.
Door de bewindvoerder is op 8 augustus 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Op 2 oktober 2025 heeft een verificatievergadering inzake de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar plaatsgevonden.
De zaak is behandeld ter zitting van 10 oktober 2025, alwaar de schuldenaar en de bewindvoerder zijn verschenen en gehoord.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. In geval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van “de schone lei”.
Uit de verslagen van de bewindvoerder, de voordracht van de rechter-commissaris en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken.
Uit het eindverslag en het op 3 oktober 2025 gegeven “advies einde WSNP” door de bewindvoerder is gebleken dat de schuldenaar een forse achterstand heeft in de verplichte boedelafdracht. De bewindvoerder heeft de schuldenaar verzocht in te stemmen met een verlenging van de looptijd om zo de ontstane achterstand in de boedelafdracht in te kunnen lopen. De bewindvoerder heeft van de schuldenaar geen reactie ontvangen. Ter zitting heeft de bewindvoerder aangegeven dat de boedelachterstand tot en met de maand september 2025 € 13.535,00 bedraagt. De bewindvoerder stelt wel als voorwaarde voor een verlenging dat wordt afgelost conform het door de schuldenaar ter zitting overgelegde aflosschema.
De schuldenaar heeft ter zitting verzocht om de looptijd van zijn WSNP-regeling met vierentwintig maanden te verlengen. De schuldenaar heeft een aflosschema overgelegd en aangegeven dat iedere 24e van de maand de aflossing aan de boedelrekening wordt overgemaakt. De schuldenaar heeft voorts nog aangegeven dat in overeenstemming met zijn aflosschema in september 2027 de gehele boedelachterstand zal zijn voldaan.
De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de schuldsaneringsregeling thans niet beëindigd kan worden met een schone lei. De rechtbank ziet, gelet op het feit dat de schuldenaar voor het overige heeft voldaan aan de verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling, aanleiding om de schuldenaar een kans te geven om de aanwezige boedelachterstand in te lopen. De rechtbank zal daartoe de duur van de schuldsaneringsregeling verlengen met vierentwintig maanden, dit wel onder de voorwaarde dat de schuldenaar op de 24e van iedere maand een aflossing doet aan de boedel, minimaal conform het door hem overgelegde aflosschema.
Indien de schuldenaar er eerder in slaagt de volledige boedelschuld af te betalen, kan de schuldsaneringsregeling op dat moment worden beëindigd.
De schuldenaar zal vanaf 1 november 2025 worden ontheven van zijn verplichting om het meerdere van zijn maandelijkse inkomen, boven het vrij te laten bedrag, aan de boedel af te dragen, zodat hij het meerdere kan aanwenden voor het wegwerken van de boedelachterstand.
Nu de verlenging te wijten is aan het niet adequaat handelen van de schuldenaar, is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar wel het salaris bewindvoerder na 1 november 2025 dient te betalen.

BESLISSING

De rechtbank:
- stelt de termijn waarop de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar van toepassing is vast op 42 maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen.
- bepaalt dat schuldenaar vanaf 1 november 2025 wordt ontheven van zijn verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, met uitzondering van het bewindvoerderssalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.S. Huizinga en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.