ECLI:NL:RBNNE:2025:4787
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling wegens boedelachterstand
In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 17 oktober 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar, die in 2024 was gestart. De rechtbank moest beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar tekortgeschoten was in zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 10 oktober 2025 werd duidelijk dat de schuldenaar een aanzienlijke boedelachterstand had van € 13.535,00. De bewindvoerder had de schuldenaar verzocht in te stemmen met een verlenging van de looptijd van de regeling om deze achterstand in te lopen, maar de schuldenaar had hierop niet gereageerd. De schuldenaar verzocht ter zitting om een verlenging van de regeling met vierentwintig maanden, met een aflosschema dat hij had overgelegd. De rechtbank oordeelde dat de schuldsaneringsregeling niet beëindigd kon worden met een schone lei, maar dat de schuldenaar een kans moest krijgen om de achterstand in te lopen. De rechtbank verlengde de regeling met vierentwintig maanden, onder de voorwaarde dat de schuldenaar maandelijks een aflossing deed volgens het overgelegde schema. Tevens werd bepaald dat de schuldenaar vanaf 1 november 2025 ontheven zou worden van de verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, met uitzondering van het salaris van de bewindvoerder. De rechtbank benadrukte dat de verlenging te wijten was aan het niet adequaat handelen van de schuldenaar, die wel het salaris van de bewindvoerder na 1 november 2025 diende te betalen.