ECLI:NL:RBNNE:2025:4789

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
C/18/24/353 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen door de schuldenaar

In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 31 oktober 2025 een vonnis uitgesproken over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar. De schuldenaar, geboren in 1987 en handelend onder een bedrijfsnaam, had eerder een schuldsaneringsregeling toegewezen gekregen op 16 oktober 2024. De bewindvoerder heeft op 3 oktober 2025 een verslag uitgebracht waarin werd aangegeven dat de schuldenaar niet voldeed aan zijn verplichtingen, waaronder de sollicitatieverplichting. De schuldenaar had wel gesolliciteerd, maar geen bewijsstukken overlegd. Bovendien had hij zonder toestemming van de rechter-commissaris naar Turkije gereisd.

De rechter-commissaris heeft de schuldenaar op 15 september 2025 opgeroepen voor een verhoor, waaruit bleek dat hij niet had gesolliciteerd. Daarnaast was er sprake van een inwonende echtgenote zonder verblijfsvergunning en was de uitkering van de schuldenaar geblokkeerd door de gemeente Emmen. De schuldenaar heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van de mogelijkheid om zijn verplichtingen alsnog na te komen en wenste de regeling te beëindigen omdat hij naar Syrië wilde vertrekken.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de schuldenaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de tekortkomingen rechtvaardigen. Daarom heeft de rechtbank besloten de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen op grond van artikel 350, lid 3 sub c van de Faillissementswet. De vorderingen blijven afdwingbaar en er zal geen faillissement volgen, aangezien er onvoldoende baten zijn om de kosten van de schuldsaneringsregeling te dekken. De rechtbank heeft ook het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op € 5.404,78, inclusief onkosten en omzetbelasting.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: C/18/24/353 R

vonnis van 31 oktober 2025

in de zaak van:
[schuldenaar], geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
handelend onder de naam [bedrijf] , gevestigd [adres] ,
KvK nummer [nummer] ,
hierna te noemen de schuldenaar
bewindvoerder: [bewindvoerder] .

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 16 oktober 2024 is de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar.
De rechter-commissaris (plv.) heeft de rechtbank voorgedragen om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
De bewindvoerder heeft op 3 oktober 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Deze rechtbank heeft behandeling van de voordracht bepaald op 24 oktober 2025.
Vervolgens heeft de rechtbank op 8 oktober 2025 van de bewindvoerder een door de schuldenaar ondertekende verklaring ontvangen dat hij zijn schuldsaneringsregeling wenst te beëindigen en hij niet ter zitting zal verschijnen.
De rechtbank heeft bepaald dat mondelinge behandeling ter zitting achterwege kan blijven en heeft vonnis bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar één of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen en of op die grond de regeling tussentijds moet worden beëindigd.
Uit het verslag van de bewindvoerder is het navolgende gebleken. De schuldenaar heeft niet voldaan aan zijn sollicitatieverplichting. Hij stelt te hebben gesolliciteerd, maar heeft hiervan geen bewijsstukken aan de bewindvoerder gezonden. Daarnaast is de schuldenaar zonder toestemming van de rechter-commissaris en zonder overleg met de bewindvoerder naar Turkije vertrokken voor een vakantie.
De rechter-commissaris (plv.) heeft de schuldenaar opgeroepen voor een verhoor op
15 september 2025. Aldaar is gebleken dat de schuldenaar niet heeft gesolliciteerd. Daarnaast is er sprake van een inwonende echtgenote zonder verblijfsvergunning. De gemeente Emmen heeft de uitkering van de schuldenaar geblokkeerd en onderzoekt welke norm er moet worden gehanteerd. Van de geboden gelegenheid om alsnog aan zijn verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling te voldoen, middels een verlenging van de schuldsaneringsregeling, wil de schuldenaar geen gebruik maken
De rechter-commissaris (plv.) heeft om die reden de schuldsaneringsregeling voorgedragen voor tussentijdse beëindiging.
Blijkens de door de bewindvoerder overgelegde verklaring wil de schuldenaar zijn schuldsaneringsregeling niet langer voortzetten. Hij is door de bewindvoerder gewezen op de gevolgen van beëindiging van de regeling en begrijpt dat hij hierdoor geen schone lei zal krijgen, maar wenst de regeling desondanks te stoppen omdat hij eind oktober 2025 naar Syrië wil vertrekken.
De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de schuldenaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en dat hem dat kan worden toegerekend. Nu bovendien niet is gebleken van omstandigheden die duiden op een bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming van de schuldenaar en de schuldenaar ook zelf de wens heeft geuit de schuldsaneringsregeling te beëindigen, zal de rechtbank de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigen op grond van artikel 350, lid 3 sub c van de Faillissementswet (Fw). Dit heeft tot gevolg dat de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling heeft gewerkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, afdwingbaar blijven.
Blijkens het overzicht van de bewindvoerder is de stand van de boedelrekening momenteel
€ 2.190,36. Op grond van het bepaalde in artikel 350, lid 5 Fw zal niet van rechtswege faillissement volgen aangezien er na aftrek van de kosten van de schuldsaneringsregeling, onvoldoende baten beschikbaar zullen zijn. Nu het uit te delen actief na aftrek van de boedelkosten (met name salaris en advertentiekosten) minder dan € 2.000,- bedraagt, kan naar het oordeel van de rechtbank het opmaken van een slotuitdelingslijst achterwege blijven en eindigt de schuldsaneringsregeling door het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 5.404,78 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.

BESLISSING

De rechtbank:
- beëindigt de schuldsaneringsregeling;
- stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen;
- stelt het salaris voor de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezige actief tot een bedrag van maximaal € 5.404,78.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Baarsma, en in het openbaar uitgesproken op
31 oktober 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.