Verzoekers hebben gelijktijdig met hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening om het door verweerder gelegde conservatoire derdenbeslag op hun bankrekeningen op te schorten.
De rechtbank overweegt dat de spoedeisendheid van het verzoek voldoende is aangetoond voor zover het beslag op de bankrekeningen betreft, omdat deze blokkering de mogelijkheid van verzoekers om lopende verplichtingen na te komen in de aanvraagfase van de WSNP frustreert. Daarom wordt het beslag op de tegoeden bij Rabobank, ABN AMRO en een bedrijf BV voor de duur van één maand opgeschort.
Het verzoek tot algemene opschorting van beslag, waaronder mogelijk toekomstig loonbeslag, wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van spoedeisendheid. De beslissing op het WSNP-verzoek volgt in een afzonderlijk vonnis.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.