Op 20 november 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in de zaken LEE 25/4068 en 25/4069. Verzoekers, ouders van twee kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS), vroegen om een eigen taxi voor hun kinderen in plaats van het toegekende groepsvervoer naar school. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen, omdat het spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd was. De ouders hadden op 22 september 2025 een aanvraag ingediend voor individueel leerlingenvervoer, maar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen had deze aanvraag op 16 oktober 2025 afgewezen. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om voorlopige voorzieningen. Tijdens de zitting op 17 november 2025 werd duidelijk dat de moeder, die arbeidsongeschikt is, de kinderen elke schooldag zelf naar school brengt. Het college stelde dat de moeder in staat is om dit te blijven doen en dat er geen objectieve medische informatie was overgelegd die de noodzaak voor individueel vervoer onderbouwde. De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang niet was aangetoond en wees het verzoek af. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.