ECLI:NL:RBNNE:2025:4803

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
LEE 25/4068 en 25/4069
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening individueel taxivervoer voor kinderen met ASS

Ouders van twee kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) vroegen de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hun kinderen drie dagen per week individueel per taxi naar school zouden worden vervoerd in plaats van het toegekende groepsvervoer. De kinderen volgen speciaal basisonderwijs en het college van burgemeester en wethouders van Groningen had eerder groepsvervoer toegekend.

De voorzieningenrechter behandelde de zaak in een spoedprocedure en moest beoordelen of er sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigde. De ouders stelden dat groepsvervoer niet geschikt was en dat moeder, die arbeidsongeschikt is en aan het re-integreren, overspannen zou raken als zij de kinderen niet zelf kon brengen en halen.

Het college stelde dat moeder momenteel in staat is de kinderen te vervoeren en dat zij bij overbelasting hulp van vader of het netwerk kan inschakelen. De ouders konden echter geen objectieve medische informatie overleggen waaruit blijkt dat individueel vervoer noodzakelijk is of dat het onverantwoord is dat moeder de kinderen naar school brengt in afwachting van de bezwaarprocedure.

De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang onvoldoende was onderbouwd en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De uitspraak bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor individueel taxivervoer wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwd spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 25/4068 en 25/4069

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 november 2025 in de zaken tussen

[naam 1 en naam 2 uit woonplaats] , verzoekers

wettelijk vertegenwoordigers: [naam 3 en naam 4] (ouders)
(gemachtigde: L.R.J. Folkers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, het college
(gemachtigden: M.S. Smith en I.M. van Dijk).

Samenvatting

Deze uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvragen van verzoekers om individueel taxivervoer in plaats van groepsvervoer. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Verzoekers hebben het spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

1. Namens [verzoekers] is op 22 september 2025 een aanvraag ingediend voor individueel leerlingenvervoer. Het college heeft de aanvraag met de besluiten van
16 oktober 2025 afgewezen. Namens [verzoekers] is bezwaar gemaakt en aan de voorzieningenrechter gevraagd om voorlopige voorzieningen te treffen.
1.1.
Het college heeft op de verzoeken gereageerd.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mevrouw [naam 3] , bijgestaan door mevrouw L.R.J. Folkers, en namens het college mevrouw M.S. Smith en mevrouw
I.M. van Dijk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij [verzoekers] is een autismespectrumstoornis (ASS) gediagnosticeerd. Ze gaan naar dezelfde openbare school voor speciaal basisonderwijs. Het college heeft met afzonderlijke besluiten van 4 juni 2025 aangepast vervoer (groepsvervoer) toegekend voor maximaal vier dagen per week voor het schooljaar 2025-2026. Op donderdag en vrijdag brengt en haalt moeder ( [naam 3] ) [verzoekers] .
3. De aanvraag namens [verzoekers] om een taxi met maximaal drie kinderen heeft het college afgewezen met het bestreden besluit. Het college adviseert begeleiding in te zetten bij het groepsvervoer. Volgens moeder is dat geen oplossing. Vanaf 22 september 2025 brengt en haalt zij [verzoekers] elke schooldag. Het college heeft hierop de toekenning van het aangepast vervoer herzien.
4. Het verzoek namens [verzoekers] strekt ertoe om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat [verzoekers] drie dagen per week in een personentaxi voor maximaal drie personen van en naar school gaan, tot zes weken na het te nemen besluit op bezwaar.
5. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op het bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter moet daarom eerst kijken of sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld.
5.1.
Verzoekers menen een spoedeisend belang te hebben omdat groepsvervoer niet geschikt is voor [verzoekers] . Moeder wil voorkomen dat ze thuis komen te zitten. Daarbij komt dat moeder al enige tijd arbeidsongeschikt wegens ziekte is en aan het re-integreren. Ze wil voorkomen dat ze volledig overspannen raakt.
5.2.
Op de zitting heeft het college gesteld dat moeder op dit moment in staat is de kinderen alle dagen te brengen en halen. Wordt het haar te veel, dan verwacht het college dat moeder hulp van vader of ondersteuning van haar netwerk aanwendt. Het college is bereid het aangepast vervoer desgewenst te hervatten.
5.3.
Nu namens [verzoekers] verzocht is om een voorlopige voorziening is het aan hen om te onderbouwen dat sprake is van een spoedeisend belang. Dat spoedeisend belang is onvoldoende onderbouwd. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk niet dat [verzoekers] , afzonderlijk of samen, aangewezen zijn op individueel vervoer. Verzoekers stellen dat wel, maar hebben geen objectieve medische informatie overgelegd waaruit een dergelijke noodzaak blijkt. Daarnaast is niet onderbouwd dat vader de moeder niet kan ontlasten. De enkele stelling ter zitting dat dit niet mogelijk is volstaat niet. Evenmin is objectief medisch onderbouwd dat het onverantwoord is dat de moeder in afwachting van de beslissing op bezwaar de kinderen naar school brengt en haalt. Daarom ontbreekt dan wel is niet onderbouwd dat sprake is van een spoedeisend belang voor het treffen van de gevraagde voorziening.
6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.