Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.Het zelfstandig tegenverzoek en het verweer
5.De beoordeling
“Ga vooral door, ga door, ik zweer het je, ga door! Houd je grote bek, geef dan een grote bek!”. Hoewel dit laatste verwijt ziet op [collega 2 van verweerder] , neemt [verzoeker] het [verweerder] kwalijk dat hij heeft nagelaten in te grijpen en geen poging heeft ondernomen om de situatie te de-escaleren. Voorts verwijt [verzoeker] [verweerder] dat hij, in strijd met de geldende protocollen, geen melding heeft gemaakt van de toegepaste vrijheidsbeperkende maatregelen bij Melding Incidenten Calamiteiten (hierna: MIC).
“Naar kamer”en [verweerder] :
“Wat is dit voor gesodemieter”. Volgens [verweerder] heeft [collega 2 van verweerder] de cliënten vervolgens van de vriezer getild en één van hen aan [verweerder] overgedragen. [verweerder] voert aan dat hij deze cliënt bij zijn bodywarmer heeft gepakt en naar zijn kamer heeft gebracht. Volgens [verweerder] is daarbij geen geweld gebruikt en is niet hard aan de cliënten getrokken.
“Wat zit je aan mij”en “
Jullie zijn zo erg he”is daartoe onvoldoende, temeer nu beeldmateriaal ontbreekt. Ook uit de overgelegde Whatsappberichten van één van de betrokken cliënten blijkt niet dat [verweerder] geweld heeft gebruikt of hardhandig aan de cliënten heeft getrokken (productie 5 bij het eerste verweerschrift). Deze berichten bevestigen weliswaar dat er fysiek is ingegrepen, zoals [verweerder] ook heeft toegegeven, maar zonder nadere toelichting kan daaruit niet worden afgeleid dat dit met veel kracht en/of geweld gepaard is gegaan. Integendeel, daarin wordt juist aangegeven dat de verhalen
“misschien idd een beetje overdreven”zijn, omdat de cliënten op dat moment kwaad waren.
“Wat is dit voor gesodemieter”,
“Wat”en
“Hier blijven”.Het is daarentegen [collega 2 van verweerder] die vervolgens verbaal hevig tekeergaat tegen de cliënten.
“ik heb niet aangegeven dat ik hier niet wil werken. Ik heb aangegeven dat ik onder deze omstandigheden hier niet kan werken.”Dit is, mede in het licht van het advies van de bedrijfsarts en het feit dat [directeur verzoeker] bleef aansturen op re-integratie, geen onbegrijpelijke reactie. Ook het feit dat [verweerder] , zoals [verzoeker] stelt, heeft aangegeven dat beëindiging van het dienstverband de enige optie zou zijn indien herstel van het vertrouwen niet mogelijk is, acht de kantonrechter niet onredelijk. Herstel van het vertrouwen is immers een wezenlijke voorwaarde voor een (verdere) vruchtbare samenwerking.