Veroordeelde is bij vonnis van 4 augustus 2023 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar voor poging doodslag en handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Het vonnis werd op 19 augustus 2023 onherroepelijk en wordt ten uitvoer gelegd.
Op 6 augustus 2025 heeft het openbaar ministerie besloten de beslissing over het verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) uit te stellen met maximaal 60 dagen, omdat pas op 5 augustus 2025 bekend werd dat veroordeelde rechtmatig verblijf had en de benodigde adviezen nog niet waren ontvangen. Veroordeelde maakte bezwaar tegen dit uitstel, stellende dat het openbaar ministerie bekend was met zijn rechtmatige verblijf en dat het uitstel niet zorgvuldig of proportioneel was.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tijdig en ontvankelijk is. De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie op redelijke gronden tot het uitstel heeft besloten vanwege nieuwe informatie over de verblijfsstatus en het ontbreken van adviezen. De rechtbank verklaart het bezwaar ongegrond en bevestigt dat de verblijfsstatus essentieel is voor de beoordeling van v.i. en dat het uitstel in redelijkheid genomen kon worden.
De beslissing is genomen door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, en uitgesproken op 27 november 2025.