Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.De procedure
- de akte uitlating van de Provincie, tevens inhoudende een wijziging van eis
- de antwoordakte uitlating van [gedaagde] .
Rechtbank Noord-Nederland
De Provincie Groningen vordert vaststelling van de definitieve eigendomsgrenzen van een onteigend perceel en verzoekt de rechtbank om de gedaagde te veroordelen tot medewerking aan perceelvorming en kadastrale bijhouding, met een machtiging tot reële executie indien de gedaagde niet binnen de gestelde termijn voldoet.
In een tussenvonnis was reeds vastgesteld dat de coördinaten van het advies- en ingenieursbureau de eigendomsgrenzen juist weergeven. De Provincie wijzigde haar eis om eerst vrijwillige naleving mogelijk te maken alvorens tot executie over te gaan. De gedaagde voerde verweren aan tegen de uitvoerbaarheid en redelijkheid van de vordering, maar deze werden wegens procesorde niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen toewijsbaar zijn, veroordeelt de gedaagde tot medewerking binnen veertien dagen na verzoek en machtigt de Provincie tot reële executie bij niet-naleving. Tevens worden de proceskosten aan de gedaagde opgelegd, inclusief wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
De vorderingen van de gedaagde in reconventie worden afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank stelt de eigendomsgrenzen definitief vast en machtigt de Provincie tot reële executie bij niet-naleving door de gedaagde.