Verzoeker heeft op 15 september 2025 een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium op grond van artikel 287b Faillissementswet, gelijktijdig met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft op 16 september 2025 een tussenvonnis gewezen en een tijdelijke voorziening getroffen om ontruiming te voorkomen.
Tijdens de zitting van 27 oktober 2025 is gebleken dat verzoeker de huurbetalingen over september en oktober 2025 te laat heeft voldaan. De schuldhulpverlener gaf aan dat het budgetbeheer is opgestart en dat verzoeker wekelijks salaris ontvangt, maar dat het vanwege de wekelijkse uitbetaling niet lukt om de huur tijdig te betalen. Er is nog geen minnelijke schuldregeling gestart omdat eerst een financieel stabiele situatie vereist is.
De verhuurder maakte bezwaar vanwege de te late betalingen en twijfels over de stabiliteit van het inkomen van verzoeker, die recent een terugval in drugsgebruik heeft gehad. Verzoeker verklaarde sinds augustus 2025 fulltime werkzaam te zijn en sinds drieënhalve maand geen drugs meer te gebruiken.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet heeft voldaan aan de voorwaarden van het tussenvonnis en dat de financiële situatie onvoldoende stabiel is. Er is nog geen begin gemaakt met een schuldregeling, noch is er een getekende schuldregelingsovereenkomst. Het belang van de verhuurder om de woning te ontruimen weegt zwaarder dan het belang van verzoeker om het minnelijk traject voort te zetten. Daarom wordt het verzoek tot moratorium afgewezen.