Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 6 november 2025
PROCESGANG
RECHTSOVERWEGINGEN
BESLISSING
6 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft op 17 september 2025 gelijktijdig met een verzoek tot schuldsaneringsregeling een moratoriumverzoek ingediend om ontruiming van zijn woning te voorkomen. De rechtbank heeft op 17 september 2025 een tussenvonnis gewezen en de zaak verwezen naar de zitting van 3 november 2025, waar de verhuurder niet is verschenen.
Uit het tussentijdse verslag van de schuldhulpverlener blijkt dat verzoeker de huurtermijnen stipt heeft voldaan, inclusief de huur voor november 2025. De schulden worden geïnventariseerd en er zijn mogelijkheden voor gedeeltelijke aflossing. De rechtbank oordeelt dat het moratorium noodzakelijk is om verzoeker in staat te stellen in relatieve rust een minnelijke schuldregeling te treffen.
De voorziening wordt toegekend voor maximaal zes maanden vanaf 17 september 2025, met de voorwaarde dat lopende verplichtingen tijdig en volledig worden nagekomen. Indien een minnelijke schuldregeling tot stand komt, dient verzoeker dit te melden en het verzoek tot schuldsanering in te trekken. De rechtbank beslist nog niet over het verzoek tot schuldsanering zelf.
Uitkomst: Het verzoek tot moratorium wordt toegewezen voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige en volledige huurbetaling.