ECLI:NL:RBNNE:2025:4874

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
C/18/248117 / KG ZA 25-157
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis in kort geding over aanbestedingsprocedure en rechtsverwerking

In deze zaak heeft de coöperatie [eiser] een kort geding aangespannen tegen de gemeente Westerkwartier naar aanleiding van een aanbestedingsprocedure. De gemeente had een Europese aanbesteding uitgeschreven voor een raamovereenkomst voor dienstverlening door een casemanager/vergunningverlener. [eiser] was als vijfde geëindigd in de gunning en vorderde onder andere dat de gemeente zou worden verboden om tot gunning over te gaan, dan wel de gunningsbeslissing in te trekken. De coöperatie stelde dat de uitkomst van de aanbesteding onbegrijpelijk was en dat er sprake was van processuele en feitelijke onjuistheden die de uitkomst in hun nadeel hadden beïnvloed. De gemeente voerde verweer en concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van [eiser]. De voorzieningenrechter oordeelde dat [eiser] onvoldoende proactief had gehandeld door geen vragen te stellen tijdens de aanbestedingsprocedure, wat leidde tot rechtsverwerking. De vorderingen van [eiser] werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van de gemeente.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C/18/248117 / KG ZA 25-157
Vonnis in kort geding van 22 oktober 2025
in de zaak van
de coöperatie
[eiser] COÖPERATIE,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: “ [eiser] ”,
advocaat: mr. P.J.G.G. Sluijter,
tegen
GEMEENTE WESTERKWARTIER,
te Zuidhorn,
gedaagde partij,
hierna te noemen: “de gemeente”,
advocaat: mr. M.R. Blom en mr. Th. Dankert,

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met aangehechte producties 1 tot en met 13;
  • een op 2 oktober 2025 overgelegde akte houdende producties 1 en 2 van de gemeente;
  • de mondelinge behandeling van 6 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
  • de pleitnota van [eiser] ;
  • de pleitnota van de gemeente.

2.De feiten

2.1.
De gemeente verleent jaarlijks ongeveer 520 vergunningen in het kader van de fysieke leefomgeving (thans de Omgevingswet). De aanvragen daarvoor worden hoofdzakelijk afgehandeld door het team Ruimtelijke Ordening. Ter ondersteuning van de vaste medewerkers van het team maakt de gemeente gebruik van een flexibele schil.
2.2.
[eiser] is een coöperatie actief op het gebied van het adviseren en ondersteunen van overheden op het gebied van de Omgevingswet. De leden van de coöperatie zijn professionals op het gebied van leefomgeving en werken als Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP-er). [bestuurder] is bestuurder van de coöperatie.
2.3.
Verschillende leden van [eiser] werken sinds 2019 in opdracht van de gemeente als externe kracht bij het team Ruimtelijke Ordening. De aan die werkzaamheden ten grondslag liggende tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst is per 1 oktober 2025 door de gemeente opgezegd.
2.4.
In een e-mail van 7 augustus 2025 heeft [teammanager] , teammanager Ruimtelijke Ordening in dienst van de gemeente, het team geïnformeerd over het vertrek van de ZZP-ers die via [eiser] in het team werkzaam waren. In de e-mail staat geschreven (voor zover hier van belang):
(…) Zoals ik jullie al eerder heb meegedeeld, gaan per 1 oktober ons verlaten: [zzp'er 1] , [zzp'er 2] , [zzp'er 3] en [zzp'er 4] . Dat is een hele aderlating. Maar het past in de opbouw van ons team. We willen toe naar 10 vaste medewerkers en 2 op flexibele basis. We zijn op dit moment bezig om de
aanbesteding te doorlopen. Per 1 oktober zal de winnende partij dan ons ondersteunen bij de
vergunningverlening, op papier gaat het om een x aantal dossiers, hetgeen ongeveer betekent 2,0
fte. We hebben deze weg moeten kiezen vanwege de regels rondom de Wet DBA. Daarmee is de
flexibele schil kleiner, aan de ander kant hebben we nu wat overcapaciteit door [naam 1] en straks
[naam 2] . We gaan vanzelfsprekend proberen deze overgang zo goed mogelijk te doorlopen. (…)
2.5.
De gemeente heeft een Europese aanbesteding geïnitieerd voor een raamovereenkomst “Dienstverlening door casemanager /vergunningverlener flex schil.” Daartoe heeft de gemeente een selectieleidraad vastgesteld (gedagtekend 30 juni 2025) waarin, voor zover hier van belang, het volgende is bepaald:
(…) 1. BEOORDELING EN GUNNING
De beoordeling van de tijdig ontvangen inschrijvingen verloopt in hoofdlijnen als volgt:
  • Valt inschrijver niet onder de door de gemeente gestelde uitsluitingsgronden.
  • Voldoet een niet-uitgesloten inschrijver aan de door de gemeente geschiktheidseisen.
  • Voldoet de inschrijving aan de door de gemeente gestelde eisen en normen.
  • Hoe voldoet de inschrijving aan de door de gemeente gestelde gunningscriteria.
Gunning vindt plaats aan de inschrijver die niet is uitgesloten en de economisch meest voordelige
inschrijving op basis van de beste prijs/kwaliteit heeft ingediend.
Belangrijk: Onderlinge vergelijking van de Kwaliteit (Sgc) door de individuele beoordeellaar en
plenair is toegestaan om de consensus puntenscore te bepalen.
5.1
Gunningscriteria Maximaal aantal punten
Prijs 30
Kwaliteit 70
Sgc K-1 Kwaliteitsborging 25
Sgc K-2 Continuïteit en flexibiliteit 25
Sgc K-3 Partnerschap 20 (…)
5.3
VERBOD IRREËLE EN MANIPULATIEVE INSCHRIJVINGEN
De aangeboden prijzen zijn reëel en transparant.
Dit houdt in:
• Inschrijver mag niet met symbolische prijzen voor de diverse onderdelen inschrijven.
• De opgegeven prijzen moeten vanuit kostenperspectief te verantwoorden zijn. (…)
2.6.
Ten aanzien van de beoordeling van de kwaliteit is een anonimiseringsprotocol van toepassing verklaard waarin het volgende is bepaald:
“De uitwerkingen van de sub-gunningscriteria K-1, K-2 en K-3 moeten schriftelijk en
geanonimiseerd worden ingediend. Dat betekent zonder bedrijfslogo en zonder vermelding van
bedrijfsnamen en/of namen van functionarissen van het bedrijf van de inschrijver.
De doelstelling van het anonimiseren is het optimaal bevorderen van een gelijk speelveld voor
alle inschrijvers. Indien, bij toetsing door inkoop, er toch sprake is van gebruik van bijvoorbeeld
namen, waardoor de inschrijving toegewezen zou kunnen worden aan een bedrijf of organisatie,
dan zal door inkoop de naam onleesbaar worden gemaakt. Dit is ter beoordeling van inkoop en
in voorkomend geval zal de inschrijver hiervan in kennis worden gesteld vóór de beoordeling.”
2.7.
De aanbestedingsprocedure bood inschrijvende partijen op twee verschillende momenten een gelegenheid voor het stellen van vragen (uiterlijk op woensdag 9 juli 2025 en uiterlijk op dinsdag 5 augustus 2025). [eiser] heeft bij die gelegenheden geen vragen voorgelegd met betrekking tot het subgunningscriterium ‘prijs’.
2.8.
Bij brief van 26 augustus 2025 heeft de gemeente aan [eiser] bericht dat [inschrijver] B.V. de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan en [eiser] als vijfde is geëindigd. Uit de gunningsbeslissing volgt dat de verschillen op het subgunningscriterium ‘prijs’, dat voor 30% meeweegt in de uitslag, klein zijn en dat [eiser] een lage score heeft behaald op het subgunningscriterium ‘kwaliteit’, dat voor 70% meeweegt in de uitslag. Op de twee van de drie kwaliteitscriteria (K1 en K2) heeft [eiser] een ‘matig’ gescoord. Op het derde kwaliteitscriterium (K3) een ‘voldoende’.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] Coöperatie vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. de gemeente te verbieden tot gunning over te gaan van haar gunningsbeslissing van 26 augustus 2025, dan wel de gemeente te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken;
II. mocht de gemeente voornemens zijn om de opdracht i.c. toch te gunnen, de gemeente te gebieden de aanbestedingsprocedure opnieuw te doen;
III. in geval van een nieuwe aanbesteding de gemeente te gebieden haar inkoopbehoefte / de opdracht nauwkeurig te specificeren;
IV. in geval van een nieuwe aanbesteding de gemeente te gebieden de leden van de
oorspronkelijke beoordelingscommissie te vervangen door onafhankelijke ter zake kundige
leden, niet zijnde ambtenaren, leden van het College van Burgemeester en Wethouders of
leden van de gemeenteraad van de gemeente Westerkwartier;
V. in geval van niet nakoming van elk gebod of verbod dat de gemeente wordt opgelegd, de gemeente op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 5.000,- per dag, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, met een maximum van € 100.000,-, dan wel door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum dwangsom;
VI. iedere andere passende voorziening te treffen die de voorzieningenrechter geraden acht;
VII. de gemeente te veroordelen in de kosten van onderhavige procedure en de nakosten van € 131,- dan wel indien betekening van het vonnis plaatsvindt van € 199,- met bepaling dat daarover wettelijke rente verschuldigde zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het in deze te wijzen vonnis.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat de uitkomst van de aanbesteding onbegrijpelijk is, dat sprake is geweest van processuele en feitelijke onjuistheden die de uitkomst van de aanbesteding in het nadeel van [eiser] hebben beïnvloed en voorts dat sprake is geweest van vooringenomenheid bij de leden van de beoordelingscommissie.
3.3.
De gemeente voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] in haar vordering, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] Coöperatie in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Inleiding
4.1.
In de Europese aanbesteding van een raamovereenkomst die de gemeente heeft geïnitieerd is [eiser] als vijfde en laatste geëindigd. [eiser] stelt dat processuele en feitelijke onjuistheden in de procedure tot een onbegrijpelijk uitkomst van de aanbestedingsprocedure hebben geleid. Aan die stelling heeft zij de volgende, door de voorzieningenrechter hierna te beoordelen, bezwaren ten grondslag gelegd:
i
). bezwaren ten aanzien van het subgunningscriterium ‘prijs’;
ii). bezwaren ten aanzien van het subgunningscriterium ‘kwaliteit’;
iii). bezwaren ten aanzien van de samenstelling van de beoordelingscommissie en vooringenomenheid van commissieleden.
i. bezwaren ten aanzien van het subgunningscriterium ‘prijs’
4.2.
[eiser] stelt dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met het transparantiebeginsel omdat onvoldoende duidelijkheid is geboden ten aanzien van de inkoopbehoefte van de verschillende in het aanbestedingsdocument (en aangehechte bijlages) beschreven producten. Daarnaast - zo stelt [eiser] - heeft de gemeente onduidelijkheid laten bestaan over het antwoord op de vraag of sprake is van een all-in prijs indien bij een project sprake is van een zogenaamde gecombineerde aanvraag waarbij zowel een technische als een ruimtelijke toets dient plaats te vinden. In de praktijk - aldus [eiser] - vinden deze toetsingsmomenten niet gelijktijdig plaats, hetgeen de vraag oproept hoe in voorkomende gevallen om moet worden gegaan met de facturatie aan de gemeente. Ingevolge de Wet OB dient binnen vijftien dagen na levering gefactureerd te worden. Facturen - aldus [eiser] - kunnen daarom niet in afwachting van het tweede toetsingsmoment op de plank blijven liggen. Ten slotte stelt [eiser] dat de inschrijvingen hiermee niet voldoen aan het vereiste omschreven in paragraaf 5.3. van de selectie leidraad, waarin is bepaald dat de aangeboden prijzen reëel en transparant dienen te zijn.
4.3.
De gemeente voert aan dat [eiser] haar stellingen summier en op onvoldoende wijze heeft onderbouwd en dat zij haar rechten heeft verwerkt omdat is nagelaten gebruik te maken van op twee momenten in de procedure geboden gelegenheden tot het stellen van vragen. [eiser] heeft slechts één vraag voorgelegd en die zag niet op de onderhavige punten van bezwaar ten aanzien van het subgunningscriterium ‘prijs’.
4.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het beroep op rechtsverwerking slaagt. Op grond van het Grossmann-arrest van het Hof van Justitie d.d. 12 februari 2004 (ECLI:EU:C:2004:93) en de daarop gebaseerde jurisprudentie geldt dat van een gegadigde/inschrijver op een aanbesteding een proactieve houding mag worden verwacht en dat partijen geacht worden in een zo vroeg mogelijk stadium te klagen, zodat een beweerde schending nog ongedaan gemaakt kan worden. Daarmee wordt voorkomen dat aanbestedingsprocedures onnodig worden vertraagd en wordt verder bereikt dat eventuele gebreken in de procedure zodanig tijdig aan de orde worden gesteld dat zij nog (eenvoudig) kunnen worden hersteld. Dit is niet alleen in het belang van de aanbestedende dienst, maar ook in het belang van de gegadigden/inschrijvers (ter voorkoming van onnodige kosten voor een aanbestedingsprocedure die niet aan de eisen voldoet). Het tijdstip waarop over een bepaald aspect van een aanbestedingsprocedure moet worden geklaagd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin kan van een gegadigde worden verwacht dat hij zijn bezwaren kenbaar maakt zo spoedig mogelijk nadat hij kennis had of had behoren te hebben van de gestelde gebreken in de procedure (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1150). Deze uitgangspunten zijn ook met zoveel woorden terug te vinden in paragraaf 2.3 van de op de onderhavige aanbestedingsprocedure van toepassing verklaarde selectieleidraad, waarin (onder meer) is bepaald:
Mochten voorafgaande aan de indiening van de inschrijving geen (tijdige) opmerkingen en/of vragen en/of bezwaren ten aanzien het aanbestedingsdocument en nota(s) van inlichtingen, zijn ontvangen, dan wordt de inschrijver door het indienen van de inschrijving geacht te hebben ingestemd met de inhoud van deze documenten. Indien inschrijver niet tijdig op de voorgeschreven wijze de gemeente heeft geattendeerd op gebreken of bepalingen in strijd met de Aanbestedingswet 2012, is inschrijver niet ontvankelijk in enige (latere) vordering gericht tegen de vermeende onjuistheid, onregelmatigheid of onrechtmatigheid van het aanbestedingsdocument en/of (het resultaat van) de aanbesteding.
4.5.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [eiser] erkend dat door haar geen vragen zijn gesteld over (de systematiek van) het subgunningscriterium ‘prijs’ (onder randnummer 32 van de dagvaarding was op dit punt aanvankelijk een afwijkend standpunt ingenomen). Ook in een tweede ronde heeft [eiser] geen vragen gesteld over kennelijk bij haar bestaande onduidelijkheden omtrent de hiervoor aangehaalde gecombineerde projecten en mogelijke complicaties bij de facturatie. Het had op de weg van [eiser] gelegen om naar aanleiding hiervan bij haar bestaande onduidelijkheden en/of haar bedenkingen bij de transparantie van de toe te passen methodiek aan de gemeente kenbaar te maken en daarmee niet te wachten tot ná de bekendmaking van de gunningsbeslissing.
4.6.
[eiser] heeft geen relevante feiten en omstandigheden gesteld die het indienen van die vragen in de eindfase van de procedure (na de gunningsbeslissing) rechtvaardigen. De omstandigheid dat [eiser] enige tijd geen toegang wist te verkrijgen tot TenderNed, het programma (de faciliteit) waarmee vragen dienden te worden voorgelegd, maakt dat niet anders. Het functioneren van die voorziening ligt - zo oordeelt de voorzieningenrechter - in de risicosfeer van [eiser] nu niet gesteld of gebleken is dat de gemeente hiervan enig verwijt treft. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat [eiser] door gebruik van een alternatieve route (de account van [onderneming van bestuurder] B.V.) er wél in is geslaagd via TenderNet een vraag aan de gemeente voor te leggen. Bij die stand van zaken moet dan ook worden geoordeeld dat [eiser] onvoldoende proactief heeft gehandeld. Door zonder gebleken objectieve reden zolang te wachten met het kenbaar maken van haar bezwaren/vragen, heeft zij de aanbestedingsprocedure nodeloos vertraagd en heeft zij de gemeente de mogelijkheid ontnomen om de door haar gestelde gebreken - voor zover al juist - (eenvoudig) te herstellen, althans is de gemeente de mogelijkheid ontnomen tijdig duidelijkheid te scheppen in een voor [eiser] kennelijk onduidelijke situatie.
Dat sprake is van een fundamenteel gebrek in die zin dat de gemeente zich in dit geval niet kan beroepen op rechtsverwerking is door [eiser] niet gesteld noch gebleken. Haar recht om te klagen over de systematiek van het subgunningscriterium ‘prijs’ heeft zij aldus verwerkt.
ii). bezwaren ten aanzien van het subgunningscriterium ‘kwaliteit’
4.7.
[eiser] heeft aan het gevorderde verder ten grondslag gelegd dat de vraagstelling in het aanbiedingsdocument niet transparant is en dat daaruit niet duidelijk, concreet en ondubbelzinnig blijkt aan welke criteria getoetst zou worden, althans dat haar pas bij de beoordeling duidelijk is geworden dat diende te worden ingegaan op alle punten uit de selectieleidraad. Verder stelt [eiser] dat de commissie heeft verzuimd positieve ervaringen met [eiser] bij de beoordeling van het subgunningscriterium ‘kwaliteit’ te betrekken. Zij verwijst daarbij naar een arrest van de Hoge Raad van 24 april 2020 (ECLI:NL:HR:2020:802).
4.8.
De voorzieningenrechter begint met dit laatste punt en volgt de gemeente in het verweer dat zij gehouden was die ervaring buiten beschouwing te laten. De voorzieningenrechter overweegt dat het betrekken van die ervaringen bij de beoordeling in strijd zou zijn geweest met de beginselen van het aanbestedingsrecht: gelijkheid, non-discriminatie, proportionaliteit en transparantie. Bij de beoordeling van inschrijvingen heeft de gemeente slechts acht mogen slaan op hetgeen in de inschrijvingen staat vermeld. Het stond haar niet vrij (niet omschreven) andere aspecten - zoals wetenschap die zij uit andere hoofde heeft, bijvoorbeeld op grond van de samenwerking met een van de inschrijvers in het verleden - mee te wegen (vgl. gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 april 2018, ECLI:NL:GHARL:29018:3605). De vergelijking met het door [eiser] aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 24 april 2020 gaat hier mank omdat in de daar voorliggende aanbestedingsprocedure wel stond beschreven dat van referenten gebruik moest worden gemaakt (ter onderbouwing van de geschiktheid), hetgeen hier niet aan de orde is.
Aldus kan [eiser] voorshands niet worden gevolgd in haar stelling dat sprake is geweest van onzorgvuldigheden en/of onjuistheden in de procedure omdat de selectiecommissie ervaringen die de gemeente de afgelopen jaren met [eiser] had opgedaan - hoe positief die ook moge zijn geweest - buiten beschouwing heeft gelaten.
4.9.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is verder niet aannemelijk geworden dat de gunningssystematiek met betrekking tot het criterium 'kwaliteit’ in de aanbestedingsdocumentatie en daarop van toepassing verklaarde bijlages, voor inschrijvers onvoldoende transparant is geweest. In de selectieleidraad staat omschreven dat de gemeente veel waarde hecht aan kwalitatief goede afhandeling van dossiers en dat zij van de inschrijvers verwacht aan te geven op welke wijze de kwaliteit van de werkzaamheden zal worden geborgd. Uit de eigen stellingen van [eiser] volgt dat de beoordeling van het subgunningscriterium kwaliteit aan de hand van drie in de selectieleidraad omschreven gunningscriteria heeft plaatsgevonden (1. kwaliteitsborging, 2. continuïteit en flexibiliteit en 3. partnerschap). Niet aannemelijk geworden is dat deze subgunningscriteria op inconsequente wijze door de gemeente zijn toegepast.
iii). bezwaren ten aanzien van de samenstelling van de beoordelingscommissie en vooringenomenheid van commissieleden
4.10.
[eiser] stelt dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met de in de Aanbestedingswet verankerde non-discriminatiebeginselen. De gemeente - aldus [eiser] - is onvoldoende transparant geweest over de samenstelling van de beoordelingscommissie. Het beoordelingspanel bestaat uit een teammanager en verschillende ondergeschikte medewerkers uit het team Ruimtelijke Ordening. Bij brief van 7 augustus 2025 heeft de teammanager aan het team (waaronder de ondergeschikte leden van de beoordelingscommissie) geschreven dat per 1 oktober 2025 afscheid zou worden genomen van de via [eiser] ingeschakelde ZZP-ers. De inhoud van die brief heeft - aldus [eiser] - aan een transparante, eerlijke en onafhankelijke beoordeling door de commissieleden aan de weg gestaan.
4.11.
De gemeente heeft aangevoerd dat zij [eiser] op de hoogte heeft gebracht van het feit dat de beoordelingscommissie is samengesteld uit vier deskundige leden uit het team Ruimtelijke Ordening. De leden van de commissie beschikken over ruime ervaring en hebben eerst afzonderlijk een onafhankelijk oordeel gevormd alvorens tot consensus te komen. De gemeente betwist dat sprake is geweest van beïnvloeding van de overige leden door de teammanager.
4.12.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voorshands niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan aannemelijk is geworden dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met non-discriminatiebepalingen omdat sprake zou zijn van vooringenomenheid van leden van de commissie en/of een schending van het uitgangspunt dat de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem moeten worden beoordeeld door een ter zake deskundige commissie. Niet gebleken is dat de gemeente onvoldoende transparant is geweest over de samenstelling van de commissie. Zij heeft gemotiveerd toegelicht dat een beoordelingscommissie is samengesteld bestaande uit vier deskundige en ervaren leden - met 20, 3, 18 en 33 jaar ervaring - uit het team Ruimtelijke Ordening die in lijn met paragraaf 5.2.1 van de selectie leidraad per kwaliteitscriterium eerst een individuele beoordeling hebben gemaakt. Vervolgens is consensus over de eindscore is bereikt. De gemeente heeft er op gewezen dat bij geen van de inschrijvers de uiteindelijke consensusbeoordeling op alle drie kwaliteitscriteria gelijk was aan de individuele beoordeling van de teammanager. Voorts heeft zij toegelicht dat de inkoper van de gemeente bij de consensusbeoordeling aanwezig is geweest om toe te zien dat de beoordeling conform de in de leidraad beschreven methode zou plaatsvinden.
4.13.
Op basis van de enkele omstandigheid dat de teammanager het team op 7 augustus 2025 schriftelijk heeft geïnformeerd over het vertrek van de ZZP-ers van [eiser] is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk geworden dat sprake moet zijn geweest van vooringenomenheid van de commissieleden. Die berichtgeving richting het team lag in de rede vanwege het feit dat de overeenkomst tussen partijen per 1 oktober 2025 was opgezegd terwijl op dat moment nog onduidelijk was aan welke partij de opdracht zou worden gegund. In dezelfde brief worden de leden van het team geïnformeerd over een lopende aanbestedingsprocedure.
4.14.
De slotsom is dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten van de gemeente, tot op heden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.107,00
- nakosten € 163,00plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 1.984,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.984,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00, mocht [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten van de gemeente als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart de onderdelen 5.2. en 5.3. van de beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.B. Faber-Siermann en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.
rh/477